Posts tonen met het label Muziek 20ste eeuw via televisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Muziek 20ste eeuw via televisie. Alle posts tonen

woensdag 2 juli 2008

Bartóks Derde Pianconcert donderdag op Mezzo

Twee keer deze maand
Op deze donderdag, 3 juli, presenteert de muziekzender een opname van het Derde Pianoconcert van de Hongaarse componist Béla Bartók (1881-1945), die in 2004 is gemaakt tijdens het Piano Festival in het Franse Lille (Rijssel) door Isabelle Soulard. Solist is de Franse pianist Michel Beroff. De muziekzender vermeldt echter niet welk ensemble de begeleiding verzorgt en wie de scepter over het geheel zwaait. Deze uitzending zal nog een keer door Mezzo worden gepresenteerd en wel op woensdag 30 juli, vanaf 12:40 uur.

Laatste jaren

Béla Bartók was in oktober 1940 uit Europa vertrokken en daarmee zocht hij toevlucht voor fascisme en ergere systemen, die de oude wereld al enige tijd in hun greep hielden, en zo belandde hij in de Verenigde Staten. Bartók leed aan leukemie, die hem het leven nogal moeilijk maakte. Mede daardoor componeerde hij minder dan hij graag zou hebben gewild. Toch heeft hij aldaar vanaf 1942 enkele van zijn belangrijkste werken gecomponeerd, zoals het Concert voor orkest (1943), een Vioolconcert — voor Yehudi Menuhin —, en ten slotte, in het jaar van zijn overlijden, ook nog het Concert voor altviool en orkest, alsmede zijn Derde Pianoconcert. Op zeventien maten na slaagde de componist er nog in alles zelf te doen, zodat het voor zijn leerling en vriend Tibor Serly (1901-1978) niet al te moeilijk meer was om het concert af te ronden.

Aanvullingen
Wel ontbraken nog enkele belangrijke details. Zo had de componist zelf nog wel de tempo-aanduidingen voor het eerste en tweede deel vermeld, maar niet meer voor het derde deel. Ook metronoomcijfers ontbraken. Voordat de partituur echter in druk is verschenen, hebben (alt)violistTibor Serly en dirigent Eugene Ormandy (1899-1985) — welke beiden zeer vertrouwd waren geraakt met de stijl van Béla Bartók — de nodige aanvullingen verzorgd.

Weldadige omgeving
Gedurende de zomermaanden van 1945 heeft Batrók dit Derde Concert geschreven. Dat geschiedde in de weldadige rust van het gebergte van Saranac Lake in de staat New York, waar de componist een goed heenkomen had gezocht voor de uiterst verstikkende atmosfeer van de miljoenenstad.
Op 8 feruari 1946 werd het concert voor de eerste keer uitgevoerd met György Sándor (1912-2005) als solist en Ormandy als dirigent in Philadelphia met het orkest van die stad.


Mildere aanpak
In vergelijking met de beide eerste pianoconcerten blijkt dat Bartók aanmerkelijk milder is geworden. De scherpe kanten van het eerste en tweede concert zijn niet meer aanwezig en in het derde overheerst relatieve mildheid. Maar er ligt dan ook een periode van twee decennia tussen het eerste en het derde concert. Het laatste is veel minder motorisch en het agressieve element heeft plaats gemaakt voor meer schoonheid. Desondanks blijft Bartóks Derde een stuk dat als zeer eigentijds kan worden aangemerkt, en dat zeker niet lijdt onder een gebrek aan ritmiek.

Béla Bartók — Concert voor piano en orkest nr. 3 (1945)

Orkestbezetting: 2 fluiten, 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 fagotten, 4 hoorns, 2 trompetten, 3 trombones, tuba, pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, tamtam, triangel, xylofoon en strijkkwintet
.

Allegretto
Het eerste deel is in sonatevorm. Het hoofdthema wordt reeds in de tweede maat door het solo-instrument geïntroduceerd. Het heeft opvallende Hongaarse variaties. Het orkest neemt het thema over en al spoedig volgt een tweede themagroep met een meer scherzando-karakter. In de doorwerking klinkt het hoofdthema in de houtblazers. Opvallende wijzigingen van de tweede themagroep treden op in de reprise.

Andante religioso
Het tweede deel — andante religioso — heeft het karakter van een koraalpraeludium. De strijkersgroepen presenteren dit, waarna de piano het overneemt. Een iets versneld middendeel laat het koraal in de blazers horen, waarbij de tegenmelodie in het solo-instrument klinkt.


Allegro vivace
Zonder onderbreking volgt het levendige allegro vivace met een opvallend ritmisch thema. Een solopassage van de pauken leidt de twee fugatische gedeelten van dit ronde in. Het eerste mondt uit in een briljante climax voor het volledige orkest, het tweede is veel gracieuzer. Het rondothema wordt in de reprise door het gehele orkest gespeeld, waarna het concert met een uiterst briljante finale afsluit.
____________
Afbeeldingen
1. De Franse pianist Michel Beroff, geboren 1950 te Épinal.
2. Violist en altist Tibor Serly (1901-1978).
3. Dirigent Eugene Ormandy (1899-1985) in de jaren vijftig van de twintigste eeuw.
4. Béla Bartók met pianist György Sándor.
5. De handen van Béla Bartók.

dinsdag 8 april 2008

George Gershwins Pianoconcert in een opname uit 2005 maandagavond in NPS Klassiek — Nederland 2

Afwijzingen
De pianist Arthur Rubinstein vond dat hij slechte muziek heeft geschreven, en de componist Bohuslav Martinů heeft in 1928 geweigerd om hem als student aan te nemen, hoewel de afgewezene reeds enkele van zijn pièces de résistance had geschreven. Te veel concertgidsen en even zulke handleidingen negeren hem ook nu nog altijd, en dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat George Gershwin zijn hele muziekleven lang heeft moeten balanceren op het breukvlak tussen amusementsmuziek en het ernstige genre. Vele muziekliefhebbers hebben hem in de loop van de twintigste eeuw niet serieus genomen of hem klakkeloos ingedeeld bij degenen, die zij als muziekmakers van een lager allooi beschouwden: Johann Strauss, Franz von Suppé en soortgenoten. Volstrekt ten onrechte!

Elementen uit de jazz
Hoewel George Gershwin nooit specifieke jazz heeft gecomponeerd, heeft hij voor zijn geheel eigen idioom wel degelijk belangrijke elementen uit de jazz geïncorporeerd en tevens verbonden met eigentijdse symfoniche structuren, waardoor er een geheel nieuwe, tamelijk zeldzame soort muziek is ontstaan: de symfonische jazz. In die sfeer heeft Gershwin weliswaar weinig geschreven, maar dat weinige heeft toch zoveel aandacht en waardering weten te genereren dat het ook tachtig jaar na ontstaan nog steeds wordt opgenomen in de programmering van vrijwel alle symfonieorkesten ter wereld.

Piano en orkest
De Rhapsodie in blue — voor piano en orkest — is in 1924 ontstaan, en zeven jaar later zag de heel wat minder bekende Second Rhapsody voor dezelfde bezetting het licht der wereld. Binnen de geschiedenis van de Amerikaanse muziek zijn niet, dan wel nauwelijks, parallellen te vinden voor zover dat het succes betreft dat de Blauwe Rapsodie ten deel gevallen is. Nog in het jaar van ontstaan heeft Gershwin van dirigent Walter Damrosch (1862-1950) en de New York Symphony de opdracht gekregen een pianoconcert te schrijven. Dat werd het Concerto in F, dat door de componist zelf in première werd gegeven onder Damrosch' leiding op 3 december 1925. De Europese première volgde op 9 mei 1926 in Parijs. In de reeks serieuze composities van Gershwin staat het op de tweede plaats, direct na de Rhapsody. Het is zonder twijfel het meest gespeelde concert van een Amerikaanse componist.

Top Vijftig van de Twintigste Eeuw
In 1930 heeft de van oorsprong Russische dirigent Abert Coates (1882-1953) een lijst samengesteld van de vijftig meest vooraanstaande composities van de twintigste eeuw. Daarop komt maar één werk voor van een Amerikaan: Gershwins Concerto in F. Na dit pianoconcert heeft Gershwin nog een aantal andere stukken voor orkest gecomponeerd. Naast de reeds genoemde zijn dat An Americn in Paris (1928), de Cuban Overture (1932), de Variations on I got Rhythm (1934, eveneens voor piano en orkest), en de opera Porgy and Bess (1935). In I got Rhythm heeft de componist eigen schlagermelodieën verwerkt.
Op het Concerto in F werd later een ballet geconcipieerd dat in maart 1969 in de Wiener Volksoper voor het eerst werd uitgevoerd.

Concerto in F (1925)
Het werk heeft drie delen met een veelvuldige wisseling van stemmingen. Het eerste deel wordt gekenmerkt door snel opeenvolgende wisselingen in tempo, waardoor een ietwat improvisatorische indruk ontstaat, maar dat is nu juist typerend voor deze componist.
Het tweede deel zet in met hoornklanken die overgaan in een wat verdroomde, door klarinetten en gesordineerde trompetten begeleide melodie. Het voornaamste muzikale gebeuren wordt echter bepaald door het solo-instrument. De cadans van de piano wordt door de strijkers breed uitgewerkt tot een koraalmelodie. Volgens Damrosch geeft het tweede deel "in zijn dromerige stemming" de impressie "van één van onze zuidelijke staten."
De finale is een rondo met remininscenties aan de beide voorafgaande delen: ritmisch gepunteerd in tweekwartsmaat met een virtuoze solopartij. Na een langzame climax komt het paukenmotief uit de inleiding opnieuw aan bod, voordat het concert besluit.

Voor eigen gebruik
Kenners hebben erop gewezen dat het duidelijk is dat deze solopartij helemaal voor het eigen pianistisch kunnen van de componist is geschreven. Zijn kennis van het instrument was dan ook enorm. Vanaf zijn kinderjaren had hij in cafés en later als koorrepetitor een enorme ervaring opgedaan.
__________

Gershwins Pianoconcert zal op maandag 14 april de ether in worden geslingerd door de televisiezender Nederland 2 in het kader van het programma NPS Klassiek, tussen 23:40 uur en — dan is het inmiddels dinsdag de 15de — 00:20 uur. De uitvoerenden zijn Marc-André Hamelin, piano, begeleid door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Leonard Slatkin.
Het betreft de opname van een gedeelte van de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw van 15 januari 2005.
____________
Afbeeldingen
1. George Gershwin, tekening van Jarko Aikens, Groningen 1984 (Archief Heinz Wallisch).
2. Dirigent Walter Damrosch in 1923.
3. Albert Coates: foto met opdracht uit mei 1929.
4. De Canadese pianist en componist Marc-Andre Hamelin geb. 1961).

dinsdag 4 maart 2008

Sjostakovitsj' Negende donderdagavond op Mezzo

Opname uit 1985
Donderdag 6 maart, 's avonds tussen 22.35 uur en 23:30 uur zal de klassieke zender Mezzo een uitvoering presenteren van de Negende Symfonie, opus 70, gecomponeerd in 1945 van de grote Rus Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975). Het betreft een opname, die in 1985 werd gemaakt van een concert door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Leonard Bernstein (1918-1990).
Een uitgebreid artikel met achtergronden over deze symfonie en daarin tevens een technische toelichting is te vinden op de website van Neerlands oudste muziektijdschrift Mens en Melodie.
__________
Op de foto: Leonard Bernstein in een van zijn extraverte momenten op de bok voor de Wiener Philharmoniker.