Posts tonen met het label Ronald Brautigam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ronald Brautigam. Alle posts tonen

donderdag 9 december 2010

Nederlandse Muziekprijs voor fluitist Erik Bosgraaf

Op 21 februari 2011 zal, tijdens een concert in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ, de Nederlandse Muziekprijs worden uitgereikt aan blokfluitist Erik Bosgraaf. De jury is van oordeel dat deze kunstenaar die prijs verdient omdat hij heeft aangetoond de muziek van de zestiende tot en met de twintigste eeuw te beheersen.


De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste Nederlandse onderscheiding voor jonge, getalenteerde musici. Persoonlijk heb ik, in deze context, enige moeite met het adjectief getalenteerd. Dat doet hier zo pleonastisch enerzijds, en aan de andere kant toch ook ietwat denigrerend aan. Als alle musici die deze prijs eerder toegekend hebben gekregen — met het begrip gewonnen heb ik ook al enige moeite, aangezien het hier niet om een kansspel gaat, dan wel mag gaan —, niet getalenteerd waren, waren ze immers niet eens in aanmerking gekomen, maar dat is niet het meest onbevredigende: getalenteerd is eerder een beginstadium; eenmaal gearriveerd, is het talent gereduceerd tot de basis, en spelen kennis, kunde en, niet als laatste, kunstzinnigheid de boventoon.
Erik Bosgraaf werd in deze specifieke positie voorafgegaan door pianist Ronald Brautigam, cellist Pieter Wispelwey en violiste Janine Jansen. De kunstenaar is sedert de zomer van dit jaar docent aan het Amsterdams Conservatorium.

dinsdag 7 december 2010

Nederlandse première Beethoven-Pianoconcert

Jeugdwerken
Naast de ons bekende vijf concerten voor piano en orkest van Ludwig van Beethoven (1770-1827) bestaat er nog een zesde concert dat de code WoO 4 (Werk ohne Opuszahl) heeft gekregen. Dat concert beleeft donderdag 9 december in het Cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen zijn première middels de handen van pianist Ronald Brautigam, ondersteund door het Noord Nederlands Orkest dat speelt naar de bewegingen der handen van Johannes Leertouwer.
Johannes Leertouwer, violist
en, dezer dagen bij het
NNO, 
dirigent.
Daaraan voorafgaand zal er een niet zo dikwijls gespeeld jeugdwerk van Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) worden uitgevoerd: de Ouverture voor blaasinstrumenten, opus 24 uit 1824. Met de Italiaanse symfonie van diezelfde componist — bijna een decennium later afgerond — wordt het concert besloten. Een toelichting daarop kunt u vinden in een artikel op onze zustersite Muziek en mensen.
Die avond zal er echter, in aansluiting op dat pianoconcert, doch eerst onderbroken door een pauze, nog een tweede compositie van Beethoven — lange tijd één van de kortere, edoch veelvuldig geprogrammeerde stukken, want publiekslievelingen, uit de koker van die componist worden gespeeld:

Ouverture Coriolanus, in c kleine terts, opus 62 (1807)

Beethoven heeft de Coriolanus-ouverture gecomponeerd als inleiding tot het inmiddels vrijwel geheel in vergetelheid geraakte drama met dezelfde titel dat in 1802 door de Weense dichter Heinrich Joseph von Collin (1771-1811) werd gepubliceerd. Dikwijls wordt ten onrechte gewezen op een Shakespeare-navolging waaraan Collin zich schuldig gemaakt zou hebben. Weliswaar schreef ook de bard van Stratford-upon-Avon een tragedie over de Romeinse veldheer Marcius, die na de verovering van Coroli de eervolle bijnaam Coriolanus had gekregen, maar Collin heeft zich georénteerd op de Griekse geschiedschrijver Plutarchus, die leefde van circa 46 tot na 120.
Heinrich Joseph von Collin.
Weliswaar heeft ook William Shakespeare gebruik gemaakt van diens Βιοι παραληλλοι (Bioi paralèlloi) van die auteur, maar diens Engelse tragedie heeft Collin geenszins beïnvloed.
Over Gnaeus Marcius die in de vijfde eeuw vóór onze jaartelling leefde, wordt verhaald dat hijuit wrok jegens zijn volk, dat hem niet tot consul heeft gekozen, de naburige stam der Volkskers heeft aangezet tot een oorlog tegen Rome. Toen de vijand voor deze stad stond en plundering dreigde, zonden de Romeinen een afvaardiging naar Coriolanus om over vrede te onderhandelen, maar dat leverde niets op. Coriolanus' moederen zijn vrouw zijn er echter in geslaagd hem op andere gedachten te brengen.
In Beethovens ouverture wordt het contrast tussen de ruwe, verbitterde Coriolanus en de beide, hem vermurwende, vrouwen uitgebeeld in de beide hoofdthema's. Als de weerstand van de hoodpersoon uiteindelijk is gebroken, laat Beethoven het Coriolan-thema vertragen totdat het uiteindelijk geheel uiteenvalt.