zondag 9 maart 2008

Werken van Henri Dutilleux in Performance on 3

Tot op hoge leeftijd actief
Zowel op maandag 10 maart, alsook op dinsdag 11 maart zullen in het programma
Performance on 3 van BBC Radio 3 — beide keren tussen 20:00 uur en 21:45 uur — werken worden uitgevoerd van de Franse componist Henri Dutilleux, geboren in 1916, en ook als 92-jarige nog steeds actief in zijn vak.
Het betreft twee verschillende concerten waarbij het werk van deze Fransman centraal stond. Het eerste werd gegeven door het BBC National Orchestra of Wales onder leiding van Jac van Steen, die
principal guest conductor van dit orkest is; het tweede door hetzelfde ensemble onder leiding van een der andere dirigenten van dit orkest Thierry Fischer.

Concert van maandag 10 maart
Ingebed tussen de
Valses nobles et sentimentales van Maurice Ravel en La Mer van Claude Debussy, zal Dutilleux' Celloconcert Tout un monde lointain uit 1970 worden gespeeld, dat zal worden gevolgd door de liederencyclus met de titel Correspondences uit 2003. Solist in het eerste van deze beide werken is de cellist Gautier Capucon, die een heel zware, doch dankbare taak te vervullen had. Sopraan Claron McFadden stelt de liederen voor.
Meer informatie over enkele werken van deze componist is te vinden bij The Ensemble Sospeso, New York.
Het Performance on 3-concert van dinsdag 11 maart werd, net als dat van maadag 10, een maand geleden gegeven in St David's Hall te Cardiff, ter ere van de muziek van Henri Dutilleux. Gegevens over dat tweede concert met vijf composities, waarvan één uit de koker van Béla Bartók stamt, zijn te vinden op de website van de BBC, afdeling Performance on 3.

De componist
Henri Dutilleux werd in 1916 te Angers geboren in een gezin dat de kunsten zeer was toegenegen. Hij studeerde aan het Parijse conservatorium, en hem werd in 1938 de Prix de Rome toegekend. In de jaren 1944 tot 1963 was hij hoofd van de muziekafdeling van Radio France, en vanaf 1961 doceerde hij compositieleer aan de École normale de musique. In 1967 werd Maître Dutilleux onderscheiden et de Grand Prix National de la musique.

Hij componeerde voornamelijk instrumentale muziek, maar eveneens het ballet Le Loup (1953), twee symfonieën (1951 resp. 1956), Metaboles voor orkest (1965) en het al snel internationale vermaard geworden celloconcert Tout un monde lointain.

Mstislav Rostropovitsj
Toen Dutilleux in 1961 op toernee door de Sovjetunie
reisde, kreeg dirigent Igor Markevich diens Eerste Symfonie onder ogen en sprak hij daarna over deze Franse collega — Markevich was zelf niet alleen een vermaard dirigent, maar hij was zelf eveneens vast verankerd in het proces van componeren — met de Russische cellist Mstislav Rostropovitsj, die onmiddellijk door de muziek van Dutilleux werd gegrepen, en de mening was toegedaan dat binnen diens oeuvre een groot werk voor zijn instrument tot de mogelijkheden moest behoren. Daarop arrangeerde Markevich enkele maanden later in de Franse hoofdstad een ontmoeting tussen de beide heren. Om het een wat officieel tintje te geven, werd het Lamoureux Orkest — waaraan Markevich sedert 1958 als vaste dirigent was verbonden — de opdrachtgever, maaral spoedig werd de bestelling van het Celloconcert in feite een opdracht van Rostropovitsj.

Parallellen
Net in die periode las de componist het integrale werk van de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867) opnieuw: dit in het kader van een balletproject dat het Ministerie van Cultuur ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van die dichter wilde organiseren, doch hetgeen op niets uitliep. Doordat Dutilleux echter volkomen in beslag genomen was door de wereld die in Baudelaire's poëzie was gecreëerd, zag hij hier een basis voor de sfeer die hij in de muziek van het Celloconcert wilde creëren.
Het solo-instrument zou de rol van 'medium' moeten vervullen en alle delen van het concert moesten worden gebaseerd op een versfragment uit Les Fleurs du Mal, en in het bijzonder uit het onderdeel La Chevelure — een suite van drie gedichten daaruit die in een roes de vlucht beschrijven naar "Tout un monde lointain, absentpresque défunt . . ."

Grenzen verleggen
De bijzondere kwaliteiten van de cellist Mstislav Rostropovitsj verschaften Henri Dutilleux een breder scala aan mogelijkheden dan die welke tot op dat moment de grenzen van de cello voor een componist bepaalden. Vondsten met betrekking tot timbre en vibrato, die tot dan toe (letterlijk) ongehoord waren, komen in dit Celloconcert aan bod. Ook de samenwerking tussen cellist en componist bleek van bijzonder allure. Vanaf de eerste orkestrepetities was de cellist
aanwezig en maakte hij zich de details van het concert eigen. Tijdens het festival te Aix-en-Provence in 1970 werdde wereldpremière gegeven met het Orchestre de Paris onder leiding van Serge Baudo (* 1927).
Vele muziekkennerswaren zich bewust dat zij getuigen waren van iets dat als 'muzikale openbaring' zou kunnen worden aangemerkt. Voor Rostropovitsj was het inmiddels de 52ste compositie die hij als eerste ten gehore bracht, en toch was dit ook voor hem een heel bijzondere gebeurtenis. Ondanks de mistral, die in juli behoorlijk kon toeslaan, werd besloten het gehele concert te bisseren. Aangezien de compositie een duur van 26 minuten heeft, is dat een zeldzaaheid in de annalen van het concertwezen.

De eerste Parijse uitvoering had in januari 1971 moeten plaatsvinden, maar als gevolg van 'buitenmuzikale gebeurtenissen' kon Rostropovitsj niet komen en zou het nog tot 30 november van datzelfde jaar duren voordat het in de Franse hoofdstad tot een presentatie van dit lang verwachte concert kon komen. Dirigent voor die gelegenheid was Paul Sacher (1906-1999).

Nieuwe weg ingeslagen
Voor Henri Dutilleux was er definitief iets veranderd. Met uitzondering wellicht van zijn orkestwerk Metaboles (1965), bleek hij een volstrekt nieuwe weg te zijn ingeslagen.
Het gebruik van Baudelaire's teksten als opschrift voor de vijf delen heeft niet geleid tot de aanpassing van de muziek aan de cadens van de gedichten. Integendeel, Dutilleux heeft uit Baudelaire's poëzie de kern gehaald welke de muzikale taal kan bedwelmen door het fenomeen der transfiguratie oftewel 'osmose'. Aanvankelijk had de componist dit celloconcert dan ook de titel Osmose willen geven.

Eén akkoord
Men zou kunnen zeggen dat de samenhang van de gehele compositie bestaat in de exressie van één enkel akkoord met de afleidingen daarvan. De ritmiek zorgt voor grote contrasten in de dynamiek, en de
instrumentatiekunst van Dutilleux zorgt ervoor dat de solopartij steeds op het eerste plan blijft, echter zonder dat daardoor de orkestpartij wordt overspeeld.

Literair celloconcert
I — Enigme

'Et dans cette nature étrange et symbolique . . .'
(Les Fleurs du Mal 27 – La Chevelure 3)


Dit eerste deel opent met een cadens van de solist en bestaat voor het overige uit vier variaties.


II — Regard

'. . . le regard qui découle
De tes yeux, de tes yeux verts,
Lac où mon âme tremble et se voit à l'envers . . .'
(Le Poison – Fleurs 49)


In dit andante concerteert de cello afwisselend met de verschillende strijkersgroepen of met de houtblazers. Er heerst een atonale atmosfeer, die kan worden vergeleken met de gespikkelde kleuren (pointillisme) in een schilderij van bijvoorbeeld Claude Monet. De solist herneemt de cadens uit het eerste deel, doch nu met een vragende ondertoon, waarna het hele orkest nog eens te horen is.


III — Houles

'. . . Tu contiens, mer d'ébène, un éblouissant rêve
De voiles, de rameurs, de flames et de mâts . . .'
(La Chevelure – Fleurs 23)


In dit derde deel domineren de blaasinstrumenten — klarinet en basklarinet, hobo en fluit schetsen beurtelings korte melodische fragmenten. De solist laat zich weer horen, al spoedig geïmiteerd door de piccolo in een vorm die dikwijls wordt herhaald. De cello maakt zich meester van een melodische lijn, voorgedragen door fluit en hobo. Dan treedt een orkestepisode in, gevolgd door het getingel van xylofoon en glockenspiel tegenover de houtblazers, als het ware samengevoegd met strijkerspizzicati. De solist wil zich opnieuw doen gelden, doch ook nu laat het orkest zich horen.
Het solo-instrument herneemt zijn functie door een nieuw thema op te nemen, dat echter zijn definitieve gestalte pas in het laatste deel zal krijgen. De klank van de ratel onderstreept het einde van deze passage, voordat de celloklank wegsterft via enkele boventonen, die nauwelijks merkbaar zijn.


IV — Miroirs

'Nos deux coeurs seront deux vastes flambeaux,
Qui réfléchiront leurs doubles lumières
Dans nos deux esprits, ces miroirs jumeaux.
(La Mort des Amants – Fleurs 121)


Slaginstrumenten en harp geven in dit deel aanvankelijk de toon aan en maken een zeer evenwichtige indruk. De marimba laat zich horen, gevolgd door het solo-instrument. De violen nemen de frase van de solist aan het einde van dit deel 'in spiegelvorm' over.


V — Hymne

'Garde tes songes:
Les sages n'en ont pas d'aussi beaux que les fous!'
(La Voix – Fleurs 2ème serie, 16)


Een machtig crescendo introduceert dit deel, dat een enorm contrast biedt met alle voorafgaande. Hout, koper, klavieren en strijkinstrumenten presenteren een akkoordenthema zoals dat in het eerste deel te horen was. Voorts ontstaat een motief dat eveneens het akkoord van zes tonen uit het begin van Miroirs was. Dit wordt via de tuttistrijkers aan de solist doorgegeven, die zijn intervallen steeds vergroot. Een laatste overweldigende variatie laat alle motieven uit de belangrijkste thema's horen, waarna het schijnt dat de solist alle mogelijkheden van zijn instrument heeft uitgeput.
Het is niet zonder diepere betekenis dat Dutilleux de cello heeft gekozen voor het vervullen van de rol van 'medium' tussen Baudelaire's universum en de wereld der muzikale klanken.


Afbeeldingen
1. Componist Henri Dutilleux.

2. De Nederlandse dirigent Jac van Steen.
3. Dirigent/componist Igor Markevich (1912-1983).

4. Cellist Mstislav Rostropovitsj (1927-2007) tijdens een concert in het Witte Huis te Washington in 1978.
5. Voorplat van een leren editie uit 1967 van Les Fleurs du Mal.
6. Dirigent Serge Baudo.
7. Dirigent Paul Sacher.
8. Dichter Charles Baudelaire. Fotoportret uit 1863 door Etienne Carjat (1828-1906).
9 t/m 13. Ornamenten uit de editie van 1967 van Les Fleurs du Mal.
14. Titelpagina van de bewuste editie.

2 opmerkingen:

Ludo Geloen zei

Waarlijk een echt goeie componist: jaren terug hoorde ik zijn 'Metaboles' live te Rijsel. Ik bleef de hele tijd als aan mijn stoel genageld. Fantastische componeertechniek met veel diversiteit in de ritmiek, interessante melodiek en een genie in het orkestreren. Wat een luxe dat hij nog op 92-jarige leeftijd blijft componeren!

Heinz Wallisch zei

Dat kan ik alleen maar hartgrondig met je eens zijn, Ludo. Ieder jaar dat deze maître verder componeert, is voor hemzelf een zegen en voor de liefhebbers van zijn oeuvre eveneens. Moge het hem nog lang vergund zijn.