woensdag 30 januari 2008

Quatuor Psophos donderdagmiddag op BBC Radio 3; volgende week in Groningen, Amsterdam en Doorn

Donderdag op BBC Radio 3
Het Psophos Kwartet bestaat geheel uit vrouwen en dat is niet echt een alledaags verschijnsel. Degenen, die wel eens live zouden willen horen hoe deze vier musiciennes spelen en nog twijfelen of ze de andere plannen van woensdag 6 februari daarvoor willen omgooien, kunnen op donderdag 31 januari om 14:00 uur BBC Radio 3 inschakelen, omdat dan het programma Lunchtime concert begint, en in het uur dat dat muzikale gebeuren in beslag neemt, zullen de dames twee kwartetten uit de rijke literatuur voorstellen. Als eerste het Kwartet in D, opus 18 nr. 3 van Ludwig van Beethoven (1770-1827), die de zes kwartetten met dat opusnummer in de jaren 17980-1800 heeft gecomponeerd, en die in 1801 werden gepubliceerd. Ze zijn opgedragen aan Fürst Lobkowitz.
Het BBC Radio-concert — dat live wordt uitgezonden vanuit de Londense Barbican Hall — wordt vervolgd det het Tweede Strijkkwartet in a kleine terts, opus 17 van Béla Bartók (1881-1945) — geschreven in 1915-17 en voor het eerst uitgevoerd op 3 maart 1918 door het Waldbauer Quartett. Een uur muziek moet voldoende zijn om te kunnen bepalen of men de dames in kwestie ook zou willen zien als ze enkele grote werken uit de literatuur voor strijkkwartet komen voorstellen.

6 februari in De Oosterpoort
In Groningen spelen dezelfde vier dames de komende week tijdens hun concert op woensdag 6 februari in de kleine zaal van het Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen drie strijkkwartetten. Als eerste Mozarts Kwartet in D-groot KV 157. Het is onderdeel van de eerste groep van zes kwartetten die zijn ontstaan in en om de periode van zijn reis naar en door Italië in 1772/73.
Daarop volgt een strijkkwartet van Gaetano Donizetti (1797-1848). [1] Donizetti, Paisiello en Rossini schreven hun kwartetten uitsluitend voor gebruik in huiselijke kring. De achttien strijkkwartetten werden pas omstreeks 1948 in druk uitgegeven.
Het optreden wordt besloten met het alom befaamde Kwartet nr. 14 Der Tod und das Mädchen, D 810 uit 1824 van Franz Schubert (1797-1828). [2]

Aanvulling: Concert in Doorn
Het Kwartet geeft op vrijdag 8 februari nog een concert in Nederland, en wel in de Maartenskerk te Doorn, aanvang 20:00 uur. Dan belichten de vier dames, ondersteund door de mezzosopraan Bea Robein uit het Franse Lyon. Zij heeft twee jaar geleden samen met het Psophos Kwartet een tournee door Oostenrijk gemaakt met als thema Bella Italia. Dat is over en weer zo goed bevallen dat de dames het een aangename gedachte vinden dit gebeuren in Doorn te herhalen.
Dit concert wordt voorafgegaan door een inleiding, tussen 18:30 uur en 19:30 uur, die wordt gegeven door Hans van Doren, die nader zal ingaan op de achtergronden, de stijl en de muzikale inhoud van het concert.

[1] Op de website van het Quatuor Psophos meldt het programma voor Groningen voor het tweede uit te voeren werk alleen dat het een kwartet van Donizetti zal zijn.
Leontien van der Vliet van het impresariaat Inter Artists liet weten dat het Kwartet nr. 18 in e kleine terts (Napoli) uit 1836 zal worden gespeeld.
[2] Op donderdag 8 februari treden de dames op in het Concertgebouw te Amsterdam. Het kwartet van Donizetti wordt dan vervangen door het Bartók-kwartet dat ze ook voor de BBC Radio op 31 januari spelen.
____________
Afbeeldingen
1. De vier dames van het Psophos Kwartet.
2. Béla Bartók. Tekening van Jarko Aikens, Groningen 1984. Archief Heinz Wallisch.
3. De Franse mezzosopraan Bella Robein.
4. Nogmaals de dames, die ons, na drie concerten in Nederland — en niet Holland(e) — snel weer de rug zullen toekeren.

dinsdag 29 januari 2008

Chatsjatoerjans Vioolconcert na ruim een halve eeuw weer bij het symfonieorkest in Groningen

Een halve eeuw componeren
Op 1 februari 1956 was de violiste Annie Jodry gast bij de toenmalige Groninger Orkest Vereniging onder leiding van de toen eerste dirigent van het ensemble, Jan van Epenhuysen, voor de solopartij in het Concert voor viool en orkest in d-kleine terts van de van oorsprong Armeniër Aram Iljitsj Chatsjatoerjan (1903-1978) [1], die dit werk in 1940 had geschreven en aan de Russische violist David Oistrach (1908-1974) had opgedragen.
Opnieuw op 1 februari, maar dan 52 jaar later, wordt het werk in Groningen uitgevoerd door de rechtmatige nazaat van het toenmalige symfonische ensemble: het Noord-Nederlands Orkest, dat voor deze gelegenheid zal worden geleid door gastdirigent Jacques Mercier. De solopartij zal worden gespeeld door Alexander Rozhdestvensky. [2]
We zouden het Groninger Studentenorkest MIRA echter groot onrecht doen als we in deze context niet zouden vermelden dat dit ensemble, onder leiding van zijn vaste dirigent, Gerard Wiarda, het concert met violist Tjeerd Top heeft uitgevoerd op 13 december 2001, in hetzelfde cultuurcentrum De Oosterpoort, waar het op 1 februari aanstaande zal klinken.


De componist
Chatsjatoerjans eerste geregistreerde werk stamt uit 1929 en is de eerste Mars voor een veldeenheid. Zijn laatste compositie stamt uit 1975: Triomfale Fanfares in F-groot voor trompetten en trommels. Daar tussenin ligt een omvangrijk en veelzijdig oeuvre van orkestwerken en soloconcerten, liederen, toneel- en filmmuziek. Naast het hier genoemde vioolconcert componeerde hij ook een concert voor piano en een voor cello en voor al die drie instrumenten ook nog een Concertrapspodie. Van de drie symfonieën, die hij heeft geschreven, is de Derde het meest spectaculair: naast de bezetting voor groot symfonieorkest eist de componist een orgel en 15 extra trompetten.
De Franse fluitist Jean-Pierre Rampal (1922-2000) was zo onder de indruk van dit vioolconcert dat hij Chatsjatoerjan verzocht om voor hem een concert voor Fluit en orkest te componeren. De componist vond dat de fluitist dat op basis van het concert zelf maar moest doen. Deze heeft dat advies toen maar opgevolgd.


Anatoli Ljadov
Toen Aram Chatsjatoerjan elf jaar was, stierf een andere muzikale grootheid van Rusland: Anatoli Ljadov (1855-1914), die een aantal fijnzinnige werken heeft gecomponeerd. Hij schreef slechts één symfonie, als gevolg van het feit dat hij zeer veel tijd heeft gestoken in zijn pedagogische werk. Uit dat oeuvre is het symfonische gedicht Het betoverde meer [3] redelijk algemeen bekend geworden. Dat stuk is overgebleven van twee pogingen van de zijde van de componist om een opera te schrijven, maar daar is het dan ook bij gebleven. Het tweede symfonische gedicht
dat — evenals het eerste, uit 1909, en in druk uitgegeven in 1910 — daaruit is ontstaan, is Kikimora, waarmee het concert dat het NNO dezer dagen in zijn speelgebied pesenteert, zal openen.
Het concert wordt besloten met de twee overbekende, doch daardoor niet minder geniale twee suites uit de opera Carmen uit het sterfjaar van — de
zoon van een kapper en pruikenmaker die toch nog zangleraar is geworden — Georges Bizet (1838-1875).


Zes keer dit concert

Het eerste van de reeks van zes concerten zal worden gegeven in Theater De Lawei te Drachten, op 31 jauari. De volgende avond is het Cultuurcentrum De Oosterpoort aan de beurt. Dinsdag 5 februari is Schouwburg Ogterop te Meppel aan de beurt, en de dag daarop doe het NNO het theater De Klinker te Winschoten aan. De beide laatste concerten worden gegeven in theater Geert Teis te Stadskanaal, op donderdag 7 februari, en het optreden in De Muzeval te Emmen sluit de reeks op vrijdag 8 februari af. De omvang van de twee eerste en het laatste theater zoude mogelijkheid voor een grote bezetting bieden, maar de drie genoemde zalen daartussen niet. Het aantal musici zal derhalve beperkt blijven tot die van een middelgroot symfonieorkest.
______________
[1] Deze spelling is de enig juiste Nederlandse transliteratie. De dikwijls gesignaleerde K aan het begin, al dan niet gevolgd door een H berust op het klakkeloos overnemen uit het Engels van deze naam (evenals van zovele andere Russische namen). De klemtoon ligt op de laatste lettergreep, omdat deze de letter Я (NL: ja) inhoudt: Хачатурян — spreek: Cha-tsja-toer-jaan. En dientengevolge bij Ljadov op de eerste lettergreep: Ljaa-dov.
[2] De Nederlandse spelling van de naam zou er zo moeten uitzien: Rozjdestvenski; een mooie naam, die als adjectief kerst- betekent.
[3] Bijna een halve eeuw geleden stond Het betoverde meer van Ljadov op het programma van het NFO in de Harmonie te Groningen. Mijn docent Latijn zat naast me en meldde dat hij voor Mozart kwam en daarom Ljadov maar tot zich liet komen. "Het lijkt mij een beproeving," zei hij zuchtend. Achteraf dacht hij daar gelukkig heel anders over.
____________
Afbeeldingen
1. Foto met vlnr Sergej Prokofjev, Dmitri Sjostakovitsj en Aram Chatsjatoerjan. Foto: Moskou 1945. Opgenomen in en overgenomen uit een DDR-biografie over Sjostakovitsj.
2. Het Noord-Nederlands Orkest met chef-dirigent Michel Tabachnik in grote bezetting.
3. Anatol Ljadov (rechts) met zijn leermeesters Nikolaj Rimski-Korsakov en Alexandr Glazoenov.
4. Hoofdingang van het Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen.

zondag 27 januari 2008

Het unieke Cello Octet Conjunto Ibérico donderdag 30-01 in Groningen met vijf werken voor acht celli


Acht cellisten
De groepering 'bevindt zich' ongeveer in het middengebied tussen het fenomeen strijkkwartet en een kamerorkest van relatief geringe omvang. De naam luidt Cello Octet Conjunto Ibérico en de leider van het ensemble heet Elias Arizcuren, die u hierboven ziet afgebeeld als één van de fraaiste, en in mijn optiek de interessantste dirigentenkoppen van het eind van de twintigste en, dus nu aan het begin van de eenentwintigste, eeuw. De laatste twee decennia heeft deze musicus zich met zijn strijkersgroep ten doel gesteld de toen volstrekt verwaarloosde traditie van Spaanse en Latijns-Amerikaanse liederen in ere te herstellen, en dat hield in de praktijk heel wat acribisch werken in. Allengs wordt het programma aangevuld met werken, die originele composites voor acht celli zijn, en deze werken worden vooral 'aangeleverd' door de compositorische protagonisten van het muziekgebeuren op dit ondermaanse.
Vijfenzestig wereldpremières heeft het Octet inmiddels gerealiseerd en die werden op in totaal dertien compact discs vereeuwigd. Ondanks het feit dat het hier om eigentijdse muziek gaat, zijn deze geluidsdragers zeer positief ontvangen.

Programma
Het programma dat het ensemble aanstaande donderdag in de kleine zaal van het Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen geeft — en dat wordt voorafgegaan door een Zuid-Amerikaans buffet, waarvoor geïnteresseerden overigens wel apart moeten reserveren — biedt een rijk scala aan diverse muziekstijlen. Ter opening klinkt van David Popper (1843-1913), die zelf ook cellist was, het Requiem opus 66 dat oorspronkelijk werd geschreven voor drie celli en orkest, ter nagedachtenis van een vriend van de componist. Daarvan is later een versie uitgebracht voor drie celli en piano. De première werd in 1891 in Londen gegeven.
Voordat een tweede in memoriam-compositie weerklinkt, wordt eerst Pampeana van Alberto Ginastera (1916-1983) gespeeld. Hij was één der meest fameuze en geliefde Zuid-Amerikaanse componisten van de twintigste eeuw en heeft een rijk geschakeerd oeuvre, waarin onder meer de wereld van de Argentijnse cowboys terug te vinden is.

Meester-minimalist Terry Riley
Requiem for Adam — één van de drie Requiem-kwartetten voor strijkkwartet uit 1998 — van Terry Riley (geb. 1935), wiens muziek enkele jaren geleden in hetzelfde gebouw veelvuldig klonk, toen hij in het centrum van de belangstelling stond vanwege het naar hem genoemde Festival, dat door de Stichting Prime, samen met het Noord-Nederlands Orkest was gerealiseerd. Riley is één van de grootheden der Minimalisten, die in 1964 veel aandacht kreeg vanwege zijn revolutionaire werk In C. Het derde Requiem uit de reeks van drie voor strijkkwartet werd onderdeel van het repertoire van het befaamde Kronos Kwartet. Hetgeen de toehoorders donderdag wordt gepresenteerd, is echter de geautoriseerde bewerking voor cello-octet door Elias Arizcuren. Gezien het temperament van de laatstgenoemde, zal er flink wat zuidelijke passie klinken in die kleine zaal van De Oosterpoort.

Zuid-Amerikaans en Spaans
Heitor Villa-Lobos (1887-1959), Braziliaans componist, die zelf eveneens cellist was, en die inmiddels ook alweer een halve eeuw niet meer tussen de levenden op het ondermaanse verkeert, is bij dit aantrekkelijke cellogebeuren van Conjunto Ibérico vertegenwoordigd met de Eerste van negen
Bachianas Brasileiras, die reeds in de eerste vier letters van het eerste woord verraden dat ze een hommage aan Johann Sebastian Bach inhouden. De eerste is geschreven in 1930 voor ten minste acht celli.
Ook in het laatste programma-onderdeel van de avond blijft het Iberische element overheersen, al is dat nu wel Europees, aangezien de componist van het vijfde werk van dit concert een directe Spanjaard: Cristóbal Halffter die in een muzikaal gezin te Madrid werd geboren in het jaar dat Villa-Lobos het aan de laatste uit te voeren compositie, zijn eerste Bachiana Brasileira, heeft voltooid.
Halffters Fandango — die in principe een Spaanse tweepersoons volksdans is, met begeleding door castagnetten en gitaar. Aangezien Elias Arizcuren kennelijk zijn hand niet hoeft om te draaien voor nog een bewerking, zal het ongetwijfeld een zeer gepassioneerd cellostuk zijn geworden, helemaal aangepast aan de interesses en het muzikale kunnen van de acht cellisten. Tevens past daar uitstekend de uitspraak bij die Halffter heeft gedaan in mei 1981, en waarvan een Nederlandse vertaling in deze context volstrekt overbodig lijkt:
"El teatro es la expresión del arte total."
____________
Afbeeldingen
1. Elias Arizcuren.
2. David Popper.
3. Alberto Ginastera.

4. Terry Riley. Foto van New Albion Records.
5. Heitor Villa-Lobos.
6. Cristóbal Halffter.

Documentaire over de violist Valery Sokolov viermaal in ruim twee weken op Arte-televsie

Krasvaste strijker
De jonge vioolvirtuoos Valery Sokolov staat centraal in de documentaire, die de Franse regisseur Bruno Monsaingeon in 2004 over hem heeft gemaakt. Hij was toen ook nog jong: achttien jaar, maar de regisseur volgt deze kunstenaar vanaf zijn elfde jaar toen hij voor het eerst een recital heeft gegeven voor een talrijk publiek. In het middelpunt van de 43 minuten durende documenaire staat het recital dat de krasvaste strijker in september 2004 in Toulouse heeft gegeven.
De VPRO-Gids meldt, helaas ten onrechte, dat het een opname zou zijn van dat recital toen de grootmeester in spe elf jaar was.

Recital 2004
Dat recital in 2004 bestond uit vijf onderdelen: als eerse de Tweede Sonate in D, voor viool en piano, (opus 94a; bewerking van eerder Fluitsonate) uit 1944 van Sergej Prokofjev (1891-1953), gevolgd door de Derde Sonate van Eugène Ÿsaÿe (1858-1931). Daarna klinken liederen van Béla Bartók (1881-1945) en van de violist Joseph Szigeti (1892-1973), waarna het recital besluit met de Spaanse dans van Miroslaw Skorik (geb. 1938).

Viermaal op de buis
De documentaire wordt zondag 28 januari tussen 19:00 uur en 19:45 uur uitgezonden, en in de loop van de twee navolgende weken nog driemaal herhaald: de eerste keer op vrijdag 1 februari, 's ochtends om 08:00 uur; vervolgens op donderdag 7 februari, eveneens op dat relatief vroege tijdstip; en tenslotte op woensdag 13 februari, alweer om 08:00 uur. Wie echter op al die tijdstippen niet over de mogelijkheid beschikt om een film te bekijken, kan deze ook als dvd aanschaffen.
____________
Afbeeldingen
1. Violist Valery Sokolov, geboren te Charkov in de Oekraïne; hier te zien op de voorzijde van de dvd met daarop de bewuste documentaire.
2. De Belgische vioolvirtuoos en latere componist Eugène Ÿsaÿe.
3. Joseph Szigeti, de Hongaarse violist en componist.

zaterdag 26 januari 2008

Matthijs Vermeulen als Componist van de Week

Vijf maal een half uur
De onvolprezen Nederlandse componist Matthijs Vermeulen — die volgens een mededeling onlangs, van de zijde van de NPS, de vijfde plaats inneemt in de Canon van de Nederlandse klassieke muziek — is des avonds van maandag 28 januari tot en met vrijdag 1 februari de hoofdpersoon in de reeks Componist van de Week van de Vara, uitgezonden via Radio 4. De programma-onderdelen worden kort en helder, door de prachtige stem van Peter Bree, aaneen gepraat. Meer daarover vindt u op de website van Radio 4 onder het programma in kwestie. Een uitgebreid artikel over Matthijs Vermeulen heb ik op 18 november 2007 op de website van het oudste, thans nog bestaande Nederlandse muziektijdschrift, Mens en Melodie geplaatst onder de titel Een Leven als Sisyphus — Matthijs Vermeulen en zijn werk.

donderdag 24 januari 2008

Ravels Boléro — zenuwslopend of juist activerend?

De passie in en voor de Boléro
Het is één van de allermeest gespeelde werken door symfonieorkest, zo niet het meest gespeelde: de Boléro van Maurice Ravel. Overal op onze wereld, van het uiterste noorden tot in het verre zuiden van de aarde kunnen tal van mensen de melodie fluiten, en dat heeft meer dan af en toe eens aanleiding gegeven tot de overweging dat het toch eigenlijk maar tamelijk simplistische muziek is. En waaraan dankt dit obsederende stuk muziek zijn populariteit? Regisseur Michel Follin en auteur Christian Labrande hebben zich dat ook afgevraagd. Nadat ze in de herfst van 2006 Tsjajkovski's Zesde Symfonie (de Pathétique) in een film hebben voorgesteld en bijna een jaar later Beethovens Negende ook hebben voorzien van hun eigen commentaren, na het nodige onderzoek te hebben verricht, en nu is de Boléro (1928) van Maurice Ravel (1875-1937) aan de beurt. Volgens die beiden heeft weliswaar het erotische aspect van de achtergrond — een meisje dat temidden van een groep mannen, een dans uitvoert om de aandacht van een bepaalde torero te prikkelen — er mede toe bijgedragen dat zo grote aantallen mensen het werk kennen, waaronder heel veel die nooit een concert bezoeken, maar dat er meer moet zijn, en van hun bevindingen doen ze verslag in de film Passion Boléro — Maurice Ravel
Die film duurt 59 minuten en wordt op Arte-televisie vertoond. De eerste keer op maandag 28 januari, om 22:45 uur, en dan nog tweemaal, eveneens via Arte-tv, op vrijdag 8 februari, 's ochtends om 08:00 uur en zes dagen later, op donderdag 14 februari nogmaals op hetzelfde tijdstip in de ochtenduren.




Oorspronkelijk geen orkestwerk

Dikwijls wordt er ook nog in onze dagen — acht decennia na het ontstaan — van uitgegaan dat Maurice Ravels Boléro een orkestwerk is. Ten onrechte: deze compositie is tot stand gekomen in
opdracht van de uit Rusland afkomstige choregrafe Ida Rubinstein (1885-1960), bedoeld voor een ballet dat zich afspeelt in een Spaanse herberg. In het midden daarvan staat een grote tafel met daarop een meisje dat, aangemoedigd door de gasten, de bolero danst. De omstanders zien dat aanvankelijk gelaten aan, maar worden allengs opgewondener als de danseres steeds geanimeerder raakt. Op zeker moment verliezen de mannen hun beheersing, en wordt de jonge vrouw uit de armen van de ene man steeds opnieuw 'overgegeven' aan een andere, totdat haar partner tussenbeide komt en die twee samen verder dansen totdat de rust is hersteld.

Fascinerend ritueel

"Geen werkelijke vorm, geen ontwikkeling, geen of bijna geen modulatie, een thema in de stijl van Padilla — de auteur van het zeer banale Valencia —, niets dan ritme en orkest", luidde de reactie van de componist op het wereldwijde succes dat de partituur ten deel was gevallen. Opvallend in die verklaring van Ravel is dat hij in het geheel niet ingaat op het doorslaggevende element in zijn Boléro: de fascinatie van het ritueel, dat juist behoefte heeft aan primitieve modellen met als doel, een hogere graad van magische extase te bewerkstelligen. Dat blijkt in de macht van het ostinato: het circa vijftien minuten aanhoudende ritme enerzijds, en het crescendo: voortdurende versterking ervan door het steeds opnieuw toetreden van instrumenten anderzijds.

Aa
nhoudend crescendo
"Het is een dans in zeer gematigde beweging, en steeds gelijkvormig, zowel in de melodie en harmonie, alsook in zijn ritme, dat de trommel onophoudelijk markeert. Het enige element van afwisseling brengt hier het orkestrale crescendo", scheef Ravel.
Hij was overigens niet de eerste componist die een aanhoudend crescendo in dezelfde toonsoort gebruikte. Geruime tijd vóór hem hadden anderen dat reeds gedaan, zoals Gioacchino Rossini in zijn opera's Don Pasquale en Otello. Doch nimmer tevoren heeft een componist de ontwikkeling van het crescendo van één figuur zo rijk geschakeerd als Ravel in deze Boléro.

Afwijkend tempo
Voor dirigenten is het steeds weer moeilijk gebleken om het geprononceerd langzame tempo dat Ravel hier wenst — doch dat niet in overeenstemming is met het tempo van de oorspronkelijke bolero [*] — aan te houden. Op dat punt beleefde de componist binnen korte tijd twee extreme
versies: die onder Arturo Toscanini — die het stuk uiterst snel speelde — en die onder Wilhelm Furtwängler — een daaraan geheel tegengestelde uitvoering. Die ervaringen gaven Ravel aanleiding tot de opmerking: "Als je de Boléro snel speelt, dan lijkt hij lang, als je hem echter langzaam speelt, dan lijkt hij kort."
Die verschillen blijken eveneens in de diverse opgaven van even zoveel lexicografen. De tijdsduur varieert van veertien tot twintig minuten. Doch ook over de datum van de première zijn diverse scribenten het niet eens. Klaus Schweitzer noemt 1928, in de Opéra van Parijs onder leiding van W. Staram, anderen houden het er op dat de componist zelf de eerste uitvoering heeft geleid, op 11 januari 1930, echter wel in de Franse hoofdstad. Waarschijnlijk wordt hier bedoeld dat Ravel de eerste concertversie leidde, want andere bronnen melden eveneens dat de pemière op 22 november 1928 in de Opéra plaatshad.

Unicum
In de Verenigde Staten ging Ravels Boléro voor het eerst in de concertuitvoering op 14 november 1929, onder leiding van Arturo Toscanini. Wat zelfs de musici tijdens de repetitie niet hadden verwacht, gebeurde: de reactie van het publiek in de New Yorkse Carnegie Hall was zo stormachtig dat er sprake was van een unicum.

Ook buiten Parijs heeft Ravel zijn beroemdste werk zelf gedirigeerd. Naar aanleiding van een uitvoering met ballet heeft de Oostenrijkse musicograaf Willi Reich over Maurice Ravel geschreven: "Hij onderstreepte door zijn korte en preciese gebaren het automatische element van de scènische handeling; gebaren die minder geëigend waren om het orkest te leiden dan wel om de innerlijke spanning van de compositie uit te drukken. Nooit heb ik een mens met zo'n kalm optreden de muziek intensiever zien beleven dan deze avond, toen Ravel zijn Boléro dirigeerde." Dat is geheel in overeenstemming met de sfeer die spreekt uit een tekening van Luc. Albert Moreau (1882-1948), die werd vervaardigd naar aanleiding van een optreden van de componist met zijn Boléro. Met zijn magere hoofd en smalle schouders staat Ravel met kaarsrechte rug voor de lessenaar. In zijn stramme rechterhand houdt hij de dirigeerstok. Naar aanleiding van deze schets is de componist vergeleken met een levend metronoom. Tegen de criticus Calvocoressi heeft Ravel over zijn eigen compositie gezegd:
"Ik wens nadrukkelijk dat er geen misverstand omtrent dit werk bestaat. Het vormt een experiment in een heel speciale en beperkte richting, en men mag dan ook niet vermoeden dat er iets anders of iets meer werd bedoeld dan er in feite mee wordt bereikt. Vóór de eerste uitvoering heb ik ervoor gewaarschuwd dat hetgeen ik heb geschreven, een stuk van zeventien minuten is, dat volledig bestaat uit orkestmateriaal zonder muziek met één lang, zeer gestadig crescendo. Er zijn geen contrasten en er is vrijwel geen opzet, behalve de constructie en de manier van uitvoering."

Spanning
Het primaire doel van de Boléro ligt in het creëren van een nerveuze spanning. De beide thema's zijn Baskische volksmelodietjes — nauwelijks meer dan vulgaire straatliedjes — onveranderlijk in hun beweging.
De dans begint heel kalm, het ritme wordt door de altviolen, celli en een kleine trom 'geslagen'. Dan introduceert de fluit het dansthema, dat tot vlak voor het einde steeds opnieuw wordt voorgedragen. Vervolgens komen klarinet, Es-klarinet, fagot en oboe d'amore, fluit en trompet tegelijk aan bod, waarbij het begeleidende ritme allengs meer spanning krijgt. De dansmelodie gaat over in de tenor- en sopraansaxofoon, in hoorn en celesta, waarnaast de beide piccolo's in verschillende toonaarden klinken. De strijkersbegeleiding wordt wat breder opgezet, en dan spelen enkele houtblazers gecombineerd het bolero-thema. Na een trombonesolo zijn vrijwel alle houtblazers weer van de partij, inclusief een tenorsaxofoon, aangevuld met de beide secties violen. Daarna voegt een trompet zich bij het gezelschap, gevolgd door trombone, saxofoon, alten en celli.
In de climax wordt het ritme met een enorme vehementie 'gestampt'. De trompetten en saxofoons, en de eerste violen samen met de fluiten, stijgen hier boven uit om het dansthema nogmaals 'uit te bazuinen'.
Op het tumultueuze hoogtepunt moduleert Ravel van C-groot naar E-groot, waarbij hij het ostinate ritme en het thema handhaaft. Dan keert de Boléro opnieuw terug naar de overheersende toonsoort, waarop één van de meest obsederende muziekstukken ooit toch nog geheel onverwacht en zeer schril eindigt.


Instrumentatie

De Boléro is geïnstrumenteerd voor: piccolo (meestal dubbel bezet), 2 fluiten, 2 hobo's met oboe d'amore, Engelse hoorn, Es-klarinet, 2 klarinetten, basklarinet, 2 fagotten, contrafagot, 4 hoorns, hoge D-trompet, 3 trompetten in C, 3 trombones, 3 saxofoons, 3 pauken, 2 roertrommels, bekkens, tamtam, celesta, harp en strijkers.
__________
[*] Bolero: Spaanse dans in matig bewogen driekwartsmaat, doch ook dikwijls weer wel met maatwisselingen. De melodie wordt vaak vocaliserend voorgedragen. Ook in opera's komt de bolero voor en naast die van Ravel is er één van Chopin (opus 19) bekend.
_____________
Afbeeldingen
1. Maurice Ravel, geschilderd door Ludwig Nauver.
2. Ida Rubinstein, in 1910 geschilderd door Valentin Serov (1865-1911).
3. Dirigent Arturo Toscanini.
4. Ravel dirigeert de Bolero. Tekening van Luc Albert Moreau.
5. Fuitsolo in Ravels Bolero.

zondag 20 januari 2008

Greetje Bijma's adembenemde 'voice' samen met Arthur Japin in Cultuurcentrum De Oosterpoort

Woensdag 23 januari kunt u 's avonds enkele uren de uitzonderlijke 'voice' van een adembenemende Greetje Bijma horen in een gezamenlijk optreden met de al even dikwijls gelauwerde Nederlandse schrijver Arthur Japin. Meer daarover vindt u op onze zustersite Tempel der Theaterkunsten.

zaterdag 19 januari 2008

Veelzijdige uitzending zondagochtend 20 januari op Nederland 1 van VPRO's Vrije Geluiden

Verschillende richtingen
Aanstaande zondag 's ochtends tussen 10:30 uur en 11:30 uur zendt de VPRO via Nederland 1, zoals meestal, het programma Vrije Geluiden uit. Daarin wordt deze keer aandacht besteed aan drie nadrukkelijk verschillende richtingen binnen de muziek: ten eerste twintigste-eeuwse tango-romances, gevolgd door een Wagner-bariton thans in andere rol bij de Nederlandse Opera, en ten slotte de componist en rietblazer Jorrit Dijkstra, één van de relatief weinige Nederlandse jazzmusici die zich in de Verenigde Staten heeft gevestigd en in Chicago het Flatlands Collective heeft opgericht.

Devich Trio
De leden van het trio zijn de Hongaarse pianiste Hanna Devich, de Zuid-Afrikaanse violiste Sarah Oates en de Nederlandse cellist Jasper Havelaar. De beide laatsten spelen in het Residentie Orkest. Aanleiding voor het optreden in VPRO's Vrije Geluiden vormt zonder twijfel de in december uitgebrachte compact disc met vijf werken van Astor Piazzolla (1921-1992) en één compositie van de in 1915 geboren Jose Bragato. Het optreden in het zondagse televisieprogramma is hopelijk aanleiding voor kijkers en luisteraars om zich verder te verdiepen in het virtuoze spel van de drie rasmusici die, gezien hun oorspronkelijke nationaliteiten, weer eens laten zien hoe een multi-cultureel samenwerkingsverband — zij het in dit geval op kleine schaal — eruit kan zien. Als de wil er maar is en de gelegenheden op de juiste manier worden aangegrepen.

Jose Bragato
De inmiddels hoogbejaarde is op de cd vertegenwoordigd met de compositie Milontan uit 1983, dat hij heeft geschreven voor de Amerikaanse celliste Christine Walevska, die gedurende tien jaar in Argentinië woonde. De titel is een samentrekking van twee begrippen: milonga (de oudste tangovorm) en tango.
Bragato tekent eveneens voor de arrangementen van Piazzolla's Four seasons in Buenos Aires, Revolutionario (uit 1970), Oblivion (uit 1984) en La Muerte del Angel. Met deze compositie zal het Devich Trio deze aflevering van Vrije Geluiden op 20 januari openen.
Oblivion, behoort evenals Le Grand Tango uit 1982 voor cello en piano — dat wel als het meesterstuk bij uitstek geldt van de componist Piazzolla — tot de bekendste werken van deze notentovenaar. Laatstgenoemd werk componeerde hij voor de meerstercellist Mstislav Rostropovitsj, die het eerst negen jaar op de plank liet liggen, maar daarna samen met de componist aan het werk toog en het in zijn repertore heeft opgenomen. Oblivion daarentegen, de favoriete Piazzolla-compositie van Hanna Devich, werd als filmmuziek gecomponeerd voor Enrico IV van de Italiaanse regisseur Marco Bellocchio. In de uitzending van Vrije Geluiden zal het trio Oblivion direct uitvoeren. Voordien zullen ze dan de Elegie opus 23 uit 1902 van Josef Suk (1874-1935) reeds hebben gespeeld.
Het repertoire van het Devich Trio is niet beperkt tot de tango en aanverwante muziekstijlen. De drie musici spelen ook werken van Smetana en daarna. In de lijst van bekendste werken, die in de Wikipedia-gegevens zijn opgenomen, komen Oblivion en Le Grand Tango voor. In de Engelse versie van die elektronische encyclopedie worden ze niet vermeld in de discografie. Dat kan Wikipedia thans dus aanpassen.

Andere optredens in deze Vrije Geluiden

De Nederlander Henk Neven geniet vooral bekendheid als Wagner-zanger, maar nu vertolkt hij voor het eerst een grote rol bij de Nederlandse Opera: die van Pollux in de opera Castor et Pollux uit 1737, van Jean-Philippe Rameau (1683-1764). Samen met pianist Michael Sponseller laat
bariton Henk Neven een geeelte uit het derde bedrijf van Castor et Pollux horen.
Een ander aspect van de veelzijdigheid van deze uitzending van Vrije Geluiden wordt gerealiseerd door de aanwezigheid van de van oorsprong Nederlandse componist en rietblazer Jorrit Dijkstra, en oprichter, te Chicago, van het Flatlands Collective: een sextet met lui die weten wat improviseren is. Ook zij zullen optreden tijdens de uitzending.
De presentatie berust, zoals altijd, bij Hans Flupsen.
De uitzending zal worden herhaald op zaterdag 26 januari tussen 09:00 uur en 10:00 uur.
___________
Abeeldingen
1. Voorzijde van het cd-boekje van het Devich Trio [1].
2. Vrouwelijk tangobeen met voet in schoen.
3. Mannelijk tangobeen met voet in schoen.
4. The Flatlands Collective (Chicago VS).
___________
[1] De foto's 1 tot en met 3, alle in verband met het Devich Trio, zijn gemaakt door Marco Borggreve, en overgenomen uit het cd-boekje.
CHALLENGE Records INT. CC 72178 (608917217827).

donderdag 17 januari 2008

Arte-televisie herdenkt Victoria de los Angeles met vier maal dezelfde drie kwartier archiefopnamen

Volbloed zangeres
Op vrijdag 18 januari 's ochtends tussen 08:00 uur en 08:45 uur zendt Arte-tv de eerste keer een herdenkingsfilm over de Spaanse zangeres Victoria de los Ángeles (1923-2005), die in werkelijkheid Victòria Gómez Cima heette. Ze was geboren in een uiterst muzikale familie en slaagder erin de zesjarige opleiding van het conservatorium in Barcelona in drie jaar te doorlopen.
In 1945 volgde haar eerste optreden. Bijna een halve eeuw was ze te horen in de beste operahuizen ter wereld in rollen van Puccini, Wagner, Verdi, Bizet en Gounod. Door haar warme stem wist ze eveneens het concertpubliek aan haar voeten te krijgen met liederenrecitals, waarbij ze veelal liet blijken het Spaanse volkslied een warm hart toe te dragen.
In 1992 was ze voor het laatst te horen in het openbaar tijdens het afscheidsceremonieel van de Olympische Spelen in haar geboortestad, doch al eerder had ze zich, als gevolg van de dood van haar zoon, teruggetrokken.

Drie herhalingen
De Arte-film laat de zangeres zien in optredens, maar eveneens in de privésfeer. Het beteft archiefopnamen van opera-aria's uit Wagners Tannhauser en Puccini's Madama Butterfly, en daarnaast liederen van Schubert, Brahms en Manuel de Falla. De 43 minuten durende film wordt in totaal vier keer op de Duits-Franse cultuurzender vertoond. Na vrijdagochtend nogmaals op donderdag 24 januari, op woensdag 30 januari en op dinsdag 5 februari, steeds om 08:00 uur 's ochtends.
Al eerder hebben we op You Tube een kort filmpje gezien waarin ze werk van Federico Mompou zong, met de componist aan de piano.
____________
Afbeeldingen
1. De zangeres Victoria de los Ángeles.
2. De componist Manuel de Falla. Tekening van Tonny Groenhuysen, Buitenpost, 1997. (Collectie Heinz Wallisch.)

De allereerste operatempel in de Arabische Emiraten zal in Doebai worden gerealiseerd

Amalgaam van twee culturen
Een cultuurweblog met de naam Tempel der Toonkunst mag een nieuw te bouwen Tempel der Toonkunst, ook als die in het nogal verre Doebai moet worden gerealiseerd, als thema niet onbesproken voorbij laten gaan, en toch al helemaal niet als we bedenkten dat het nieuw te bouwen prestigeproject het eerste operagebouw wordt in de Arabische Emiraten. Evenmin is het onbelangrijk dat de cultuurintendant van Doebai — waar alles bruist en suist van ondernemingslust en nieuwe plannen, en waar het aantal bouwputten en snel uit de grond gestampte wolkenkrabbers legio is — van Duitse origine is, en derhalve veel westers geïnspireerde cultuurelementen meebrengt. Die intendant is de 47-jarige Michael Schindhelm, die in de jaren tachtig onder meer heeft gestudeerd in het ook al ver van onze contreien verwijderde Bakoe. Hij is kwantumfysicus, schrijver uit de generatie van de vrijgezellen en hij is op diverse posten reeds theaterintendant geweest. Hij wordt gezien als de ideale 'Grenzgänger' tussen West- en Oost-Europa. Wellicht is hij zo flexibel dat hij er eveneens in zal slagen een flinke aanzet in de richting van een cultureel amalgaam tussen Europa en de Arabische wereld te creëren.

Durch die Nacht mit . . .
In het 'ontmoetingsprogramma' van de Frans-Duitse cultuurzender Arte, wordt tussen 00:00 uur en 01:00 uur in de nacht van donderdag 17 op vrijdag 18 januari een film uit 2007 vertoond van Cordula Kablitz-Post, een coproductie van de Arabische Emiraten en het Zweite Deutsche Fernsehen. Daarin wordt verslag gedaan van een ontmoeting tussen de in Doebai benoemde intendant, en de thans Britse, van oorsprong Iraakse, 57-jarige sterarchitecte Zaha Hadid, die als ster van het deconstructivisme en haar beheersing van de zwaartekracht een geweldige reputatie geniet. Zij ontwerpt dat nieuwe muziekgebouw.
Hoewel de ontmoeting tussen de twee relatief tegengestelde geesten in principe niet datgene is wat men zou verwachten, biedt de film veel inzicht in de opvattingen met betrekking tot het nieuwe bouwen in dit deel van de Arabische wereld en komen tal van andere aspecten aan bod, die tonen in welke — letterlijke en figuurlijke — omgeving de toekomstige tempel voor het muziektheater zal verrijzen en welicht tevens wat er eventueel nodig is om een positieve ontwikkeling in cultureel opzicht te garanderen.
De eerste van drie uitzendingen van deze film is op het boven omschreven tijdstip, en daarna zal Arte twee herhalingen presenteren. De eerste daarvan is in de nacht van zaterdag 19 op zondag 20 januari, te beginnen om 03:50 uur, de tweede herhaling zal worden gerealiseerd op zondag 3 februari om 05:00 uur.

Culturele opening
Dat er in die wereld steeds meer belangstelling is gekomen voor in vroeger tijden als verachtenswaardige decadentie bestempelde westerse cultuur, bewijst ook de aanwezigheid op de voorste rij van een Arabische hoogwaardigheidsbekleder bij de opening van het nieuwe seizoen, in december, van de Milanese Scala (Tristan und Isolde onder Barenboim).
In het door de bezettende machten nauwelijks leefbaar gehouden Bagdad in Irak speelt een symfonieorkest tegen de verdrukking in: niet openbaar aangekondigde concerten laten zien hoe groot de behoefte is aan culturele troost voor zoveel leed.
Medio jaren zeventig, nog ten tijde van de sjah, werd de Friese musicus Jo van Diederen benoemd tot dirigent van het nieuw te vormen, 150 man sterke symfonieorkest van Teheran.
____________
[1] Waarom moet dat fenomeen in het Nederlands en het Duits single(s) heten? Junggeselle(n), respectievelijk vrijgezel(len) zijn zeer respectabele begrippen.
____________
Afbeeldingen
1. Duizendpoot Michael Schindhelm.
2. Winnend ontwerp van Zaha Hadid voor een nieuw centrum voor architectuur in Southwark Street, London.

maandag 14 januari 2008

Anderhalf uur muziek van Papa Bach op televisie. Twee werken, ondersteund met beeldmateriaal

Die Kunst der Fuge
Op dinsdag 15 januari kunt u via de regionale Duitse televisiezender WDR (West Deutscher Rundfunk) twee composities horen, zij het door beelden ondersteund, van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Allereerst krijgen we, om 23:30 uur Die Kunst der Fuge te zien, de net niet geheel voltooide compositie uit de laatste levensjaren van de componist (1745-1750) met het bijna hoogste getal in het Bach Werkverzeichnis: 1080. Hoewel het definitieve bewijs voor dat aspect nimmer wettig en overtuigend is geleverd. Lang is men ervan uitgegaan dat de componist een klavierwerk had gerealiseerd, maar pas in de twintigste eeuw zijn er instanties gaan mystificeren, en wordt het als compositie, voor klavecmbel, en voor orgel uitgevoerd, en aangezien enkele delen zich voor strijkinstrumeten lenen, bestaan er ook wel versies voor kamerorkest. Aangezien Bach zelf vaak eigen stukken in een andere muzikale 'omgeving' opnieuw heeft gebruikt, lijkt me dat laatste niet zo'n grote misdaad, al blijft het een eerste vereiste dat het om uitvoerende(n) van goeden huize gaat. Hier zal dat zeker het geval zijn aangezien we de musici van Musica Antiqua Köln te horen krijgen, een groepering die reeds sedert 1973 actief is. In dit verband wordt gesproken van een 'filmische verbeelding'.
In overeenstemming met de duur van de compositie, neemt de film ongeveer vijf kwartier in beslag; tot ongeveer kwart voor één in de nacht.

Uit het Italienische Konzert
Direct in aansluiting op Die Kunst der Fuge wordt er nog een kwartier Bach-muziek uitgevoerd en in beelden vertoond, en het ziet er niet naar uit dat het dan om verbeelde klanken gaat, doch simpelweg om een geregistreerd optreden door het Jacques Loussier-Trio dat echter op geheel eigen, en zeker niet alledaagse wijze de delen Adagio en Presto zal interpreteren uit het Italienische Konzert BWV 971 (in: Clavier Übung II), dat Papa Bach in 1735 heeft geomponeerd. Het trio van Jacques Loussier (geboren 1934), die zelf de pianopartij voor zijn rekening neemt, bestaat verder uit Benoit Dunoyer de Segonzac, bas; en André Arpino, drums.

Afbeeldingen
1. Johann Sebastian Bach in 1746, geschilderd — olie op canvas — door Elias Gottlob Haußmann (1695-1774). In zijn hand houdt de componist een stuk muziekpapier met daarop de Kanon BWV 1076. Het doek bevindt zich in het Alte Rataus te Leipzig.
2. Musica Antiqua Köln.
3. Pianist en trio-leider Jacques Loussier.

Meer aandacht gewenst voor Willem van Otterloo, een componist van eigen bodem: cd met 5 werken

Vijf werken bijeengebracht
De Nederlandse dirigent Willem van Otterloo (1907-1978), lange tijd chef-dirigent van het Residentie Orkest, heeft uit de ten opzichte van Nederland verst afgelegen hoeken van de wereld uitnodigingen als dirigent gehad, maar zijn roem als componist is, buiten het eigen land — waar vrijwel alle symfonieorkesten met enige regelmaat werk van hem hebben geprogrammeerd — niet al te groot. Het is dan ook een goede zaak dat de NPS, in samenwerking met het Muziek Centrum Omroep, een compact disc heeft samengesteld waarop vijf werken — vier oorspronkelijke composities en één Schubert-bewerking: de orkestratie van de Fantasie opus 103 voor piano-duet— uit twee decennia bijeengebracht zijn. Challenge Records zorgt voor de verspreiding van deze geluidsdrager.

Aanbevolen
Het Radio Kamer Orkest, dat op de cd de internationale, Engelstalige benaming Netherlands Radio Chamber Orchestra heeft gekregen, wordt geleid door de in 1970 geboren dirigent Micha Hamel, voorzover dat de vier originele werken betreft. Thierry Fischer van het BBC Welsh Orchestra — en vanaf april dit jaar eveneens vaste dirigent van het Nagoya Orchestra — heeft zich over de Schubert-bewerking bekommerd. Al met al een mooi overzicht van het werk van een zich nooit opvallend geprofileerd hebbende componist van eigen bodem. Aanbevolen derhalve. Wellicht ook nog eens aan de makers van de reeks Componist van de week van de Vara voor Radio 4.
De enige negatieve opmerking, die over de uitgave te maken valt, is dat tekstboekschrijvers zich ervan bewust dienen te zijn dat er al twee eeuwen geen land meer bestaat met de naam Holland. Voor de minder goed geïnformeerden onder hen: (the) Netherlands, Niederlande, Pays Bas luiden de juiste, meest voorkomende, buitenlandse benamingen van ons Koninkrijk der Nederlanden.

Willem van Otterloo: Symphonietta for triple woodwind and four horns (1943), Suite for String Orchestra(1938?), Intrada for brass instruments and percussion (1958), Serenade for 12 brassplayers, harp, piano, celesta and percussion (1944).
Franz Schubert: Fantasia in F minor, opus 103, D 940, orchestrated by Willem van Otterloo (1952).
RADIO KAMER ORKEST (Netherlands Radio Chamber Orchestra), conductors Micha Hamel, resp. Thierry Fischer. CHALLENGE Classics CC 72180.

zondag 13 januari 2008

Beethovens Vierde Pianoconcert met Ivan Moravec en Radio Kamer Orkest onder Frans Brüggen


Late televisie-uitzending
De NPS zendt via Nederland 2 in de vroege nachtelijke uren van maandag 14 op dinsdag 15 januari, tussen 00:25 uur en 01:10 uur, het Vierde Pianoconcert in G, opus 58 (1804/06) van Ludwig van Beethoven uit, gespeeld door de Tsjechische pianist Ivan Moravec, begeleid door het Radio Kamer Orkest onder leiding van Frans Brüggen.


Orkestbezetting: 1 fluit, 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 fagotten, 2 hoorns, 2 trompetten, pauken en strijkers.


Ludwig van Beethoven is in 1804 begonnen aan zijn Vierde Pianoconcert, dat hij pas twee jaar later zou voltooien. In maart 1807 werd het concert voor de eerste keer publiekelijk voorgesteld. Dat was in Wenen, en de componist heeft zelf de solopartij gespeeld. Deze première werd een enorm succes. De componist is erin geslaagd de mogelijkheden, die hem voor de thematische uitwerking ten dienste stonden, voor het eerst in een pianoconcert ten volle te benutten.

Een lyrische idylle vormt de basis voor dit concert. Het feit dat de solist het werk opent, is in een klassiek concert een novum. Op het eerste gehoor lijkt het hoodthema nogal geïmproviseerd, maar al spoedig blijkt hoezeer dat onderdeel van de structuur is. Het orkest presenteert het hoofdthema in steeds nieuwe varianten, die vervolgens door de solist worden overgenomen en uitgewerkt. Via de eerste violen worden nog twee neventhema's gepresenteerd en deze verdiepen het geheel tot elegische proporties. Opvallend is de wijze waarop de dialoog tussen piano en orkest wordt gevoerd: wanneer de blazers of de strijkers een thema voorstellen, omspeelt de solist dit met figuraties, maar wanneer het solo-instrument zelf aan bod komt, doet het orkest direct een stap terug en fungeert het nog slechts als waardevolle 'achtergrond'.

Het middendeel (andante con moto) vormt qua thematiek een afwisselend spel tussen piano en orkest. De 72 maten vinden hun oorsprong in een ritmisch geprofileerd motief dat wordt gepresenteerd door alle strijkers, alsmede in een arioso van het solo-instrument. Dit is één van de meest originele concertstukken uit de literatuur.


Als het laatste fluitsterende akkoord van de piano is weggestorven, zet de Finale in. Het rondo-thema (vivace) klinkt pianissimo in de strijkers met een welhaast betoverende gratie. De dialoog tussen solist en orkest wordt geheel anders gevoerd dan in het Adagio. Wat daarin aan elementen van de beide partijen 'tegenover elkaar' klonk, wordt hier 'met elkaar' gedaan. De opgewektheid maakt af en toe plaats voor een vleugje tederheid, met name tegen het einde, voordat de finale in een briljante coda uitmondt.
____________
Afbeeldingen
1. De pianist Ivan Moravec (geb. 1930).
2. Beethoven in 1804.
3. Frans Brüggen, ere-dirigent van de Radio Kamer Filharmonie.


Enrique Granados is vijf dagen de protagonist in Radio 4-programma Componist van de week

Nationale kleuring
Hoewel men aan de muziek van veel componisten van de generatie van Enrique Granados (1867-1916) heel dikwijls kon beluisteren in welke contreien zij hun oorsprong hebben, maar tevens de invloeden van hun dagelijks leven hebben verwerkt, is het niet altijd even gerechtvaardigd de term nationalistische muziek te gebruiken, vooral oaangezien het adjectief een zeer nare bijsmaak heeft. Maar nationaal getint is en blijft, ook meer dan negen decennia na zijn heengaan diens muziek. Veelal is er tijdens het fin de siècle, toen dit genre hoogtij vierde, vanuit gegaan dat dergelijke composities het beste konden worden uitgevoerd door landgenoten, is dat geen wet van Spanjaarden en Portugezen. Immers, de frisse kijk van buitenaf kan soms ook een heel weldadige uitwerking hebben doordat deze nieuwe perspectieven kan bieden.
Enrique Granados vervult de komende week, van maadag 14 tot en met vrijdag 18 januari, elke avond tussen 19:30 uur en 20:00 uur, de rol van Componist van de week in het gelijknamige programma dat Noor Kamerbeek samenstelt voor de Vara, om via Radio 4 te worden uitgezonden. Dertien verschillende composities worden, deels of in hun geheel, gedurende die in totaal tweeënhalf uur radiotijd voorgesteld. De heldere tussentekste, uitgesproken de uitzonderlijk fraaie en aangename stem van Peter Bree, nemen nooit veel tijd in beslag. De exacte programmagegevens zijn te vinden op de website van Radio 4.
__________
Afbeeldingen:
1. Componist Enrique Granados.
2. Radio 4-presentator Peter Bree.

Ein deutsches Requiem en ander werk onder John Eliot Gardiner maandag en dinsdag op BBC Radio 3

Op maandag 14 en dinsdag 15 januari kunt u John Eliot Gardiner en zijn versie van Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms nogmaals horen als u beide avonden BBC Radio 3 inschakelt om 20:00 uur Nederlandse tijd. Voorafgaande aan het Brahms Requiem, waarover u in deze kolommen meer heeft kunnen lezen. Behalve de naam van het ensemble, en dat kunnen we hier en nu alsnog vermelden, aangezien de BBC meer informatie heeft verschaft dan de NPS verleden week. De uitvoerenden zijn het Monteverdi Choir en het Orchestre Revolutionnaire et Romantique. Het concert duurt tot 21:45 uur, en dat geeft al aan dat er meer zal worden gespeeld dan alleen deze Brahms-compositie. Het concert opent eveneens met een werk van Johannes Brahms Begräbnisgesang uit 1858. Daarna klinkt van Heinrich Schütz (1585-1672) Wie lieblich sind deine Wohnungen, gevolgd door de Cantate nr. 60 O Ewigkeit, du Donnerwort uit 1723 van Johann Sebastian Bach (1685-1750).
__________
Afbeelding: Heinrich Schütz, hier geschilderd omstreeks 1660. Portret van Christoph Spetner (ca.1617-1699).

zaterdag 12 januari 2008

Wagners Meistersinger von Nürnberg hedenavond rechtstreeks vanuit Wiener Staatsoper op Radio 4

Op zaterdag 12 januari 2008 wordt de gehele avond, vanaf18:02 uur tot middernacht, op Radio 4 ingenomen door een rechtstreekse uitzending, vanuit de Wiener Staatsoper, van de opera Die Meistersinger von Nürnberg van Richard Wagner. In de rol van Walther von Stoltzing klinkt de stem van Johan Botha; Eva wordt toevertrouwd aan Ricarda Merbeth; Hans Sachs is Falk Struckmann. Vele andere stemmen zult u kunnen horen, evenzo in het Koor van de Wiener Staatsoper, dat nog eens wordt ondersteund door het orkest van diezelfde instelling. Dirigent is Christian Thielemann.

Achtergronden
Die Meistersinger von Nürnberg
is een muziekdrama in drie bedrijven van Richard Wagner (1813-1883), op teksten van de componist, die zich daarvoor heeft gebaseerd op bestaande Kronieken van Duitse 'Meistersinger' uit de zestiende eeuw. De eerste uitvoering werd gegeven op 21 juni 1868 in het Hoftheater van München, waarbij Hans von Bülow (1857-1915) de muzikale leiding had. De eerste keer dat dit muziekdrama is voorgekomen op het speelplan van de New Yorkse Met, was op 4 januari 1886 onder leiding van Anton Seidl (1850-1898). Vier jaar eerder was Die Meistersinger reeds in het Londense Drury Lane Theater opgevoerd onder de baton van Hans Richter (1843-1916). In 1889 kwam het tot een presentatie in Covent Garden, onder leiding van Luigi Mancinelli (1848-1921), die niet alleen dirigent maar ook cellist was. Opvallend daarbij is dat het een Italiaanse versie betrof.

Meesterschap
De geest van het meesterschap wordt aan het einde van de negentiende eeuw door Wagner — eerst in tekst en vervolgens in muziek — opnieuw voor het voetlicht gebracht, en hoewel het gebeuren van Die Meistersinger zich in het midden van de zestiende eeuw afspeelt te Neurenberg, heeft de componist ervoor gekozen niet alleen de tijdgenoten van de meester-schoenmaker Hans Sachs (1494-1576) — die ook de meest beroemde van de meesterzangers is en over wie wordt gezegd dat hij zo'n zesduizend gedichten heeft geschreven — ten tonele te voeren, maar tevens die uit zijn eigen tijdperk en leefomgeving, en eveneens die uit een periode, die voor Richard Wagner nog in de verre toekomst lag: de onze. Op die wijze huldigt Wagner het type van de (onvergankelijke) Duitse burgerman in het algemeen. Die handwerkslieden uit de vrije stad Neurenberg zijn niet alleen vrije burgers en dito gildemeesters, maar hebben tevens een functie als zangmeester, ieder met een eigen inbreng en met eigen ideeën over de kunst. Allen nadrukkelijk geprofileerde persoonlijkheden, die echter een eenheid zullen vormen op het moment dat de jonge Frankische ridder Walther von Stoltzing — die zijn zinnen op Eva, de dochter van de goudsmid heeft gezet, er alles op alles zet om de zangerscompetitie te winnen, omdat dit de voorwaarde blijkt, die Eva's vader hem heeft gesteld — in zijn ongebreidelde optreden, met een grenzen verleggende dicht- en zangkunst, alle normen en wetten overtreedt, welke in deze disciplines lange tijd de leidraad zijn geweest. Een proces van gewenning en aanpassing, waarbij de jonge ridder erin slaagt het eigen ware wezen te bestendigen, maakt hem tot een meester onder de meesters. Dit gebeurt met medewerking van Hans Sachs, die zich opwerpt als intermediair: niet alleen tussen het aloud-vertrouwde en het hier en daar beangstigende en verwarrende nieuwe, dat echter niets anders dan het eigentijdse is, maar tevens tussen de gemeenschap en het individu, zich uitend in een groepsmentaliteit enerzijds en de geest van de Einzelgänger aan de andere kant.
____________
Afbeeldingen

1. Dirigent Christian Thielemann (Wiener Staatsoper).
2. Componist Richard Wagner.
3. Dirigent Hans von Bülow.
4. Hans Sachs, beeltenis uit 1545 door Michael Ostendorfer (ca. 1490-1559).

zondag 6 januari 2008

Ein deutsches Requiem van Brahms in de versie van John Eliot Gardiner, maandagavond op Nederland 2

Opname van Zaterdag-Matinee
Maandag 7 januari in de late uren, tussen 23:40 uur in de avond en 00:40 uur in de nacht is via Nederland 2, in het kader van de reeks NPS Klassiek uitvoering te zien van Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms. Het betreft een opname, die de NPS heeft gerealiseerd tijdens de Zaterdag-Matinee in het Concertgebouw te Amsterdam op 27 oktober 2007. Helaas heefde NPS nagelaten te vermelden welk ensemble John Eliot Gardiner voor die gelegenheid heeft geleid. Wel meldt bij voorbeeld de VPRO-Gids exact dezelfde tekst als op de website van Nederland 2 over dat programma-onderdeel te vinden is: "Gardiner deed onderzoek naar de instrumenten waaraan Brahms de voorkeur gaf en naar de wijze waarop Brahms indertijd zijn orkesten samenstelde." Wij hadden echter graag willen weten welk orkest Gardiner zo'n tien weken geleden voor Brahms' troostcompositie heeft samengesteld, dan wel welk ensemble hij, door anderen samengesteld, kreeg voorgezet.

Eerste van Brahms' grote koorwerken
Ein deutsches Requiem is het eerste van de grote koorwerken, die Johannes Brahms heeft gecomponeerd. In eerste instantie werd het idee ervoor hem ingegeven door de dood van zijn vriend brahms__dubbelconcert_1.jpgRobert Schumann in 1856. Vanaf 1857 werkte Brahms er gestadig aan, maar door het overlijden van zijn moeder, in 1865, werd zijn inzet, dit werk tot een goed einde te brengen, nog versterkt. Het begrip Requiem is enigszins misleidend, omdat hier in het geheel geen sprake is van een kerkelijk-liturgische compositie. Het is weliswaar niet de eerste keer dat er een dodenmis werd gecomponeerd op een Duitse tekst, in plaats van op de Latijnse tekst uit de rooms-katholieke dodenherdenking. Het werk is veel meer een uiteenzetting met het fenomeen van de dood, vooral na sterk persoonlijke belevenissen die daarop direct betrekking hebben. Vergankelijkheid en hoop op de eeuwigheid worden tegenover elkaar gesteld, evenals diepe droefheid enerzijds en troost anderzijds. Brahms heeft geheel eigen, Duitse opvatting van de dood en het hiernamaals, en heeft voor de muzikale uitbeelding daarvan de vorm van een koorcantate gekozen en deze voorzien van Bijbelteksten naar eigen inzicht. De verschillende onderdelen heeft hij zodanig samengevoegd dat er een Noordduitse, protestantse opvatting van dood en wederopstanding uit tevoorschijn gekomen is. Het jongste gericht van het Dies irae staat niet meer centraal, hellepijn en vagevuur komen niet meer aan de orde: de zielen van de overledenen hebben geen voorspraak van heiligen meer nodig.
Dat het menselijke aspect in verband met dood en eeuwigheid zo’n nadruk heeft gekregen –zonder dat daarbij onmiddellijk wordt verwezen naar de gebruikelijke confessionele context–, is er mede de oorzaak voor dat het werk zo’n enorm effect heeft gesorteerd. Op dat punt had Brahms zijn tijd wel mee: in de tweede helft van de negentiende eeuw waren de banden met de kerkelijke dogma’s die eeuwenlang opgeld hadden gedaan, flink wat losser geworden en kwam de mens zelf steeds meer centraal te staan.

De uitvoering van de eerste drie van de zeven delen van Ein deutsches Requiem had plaats op 1 december 1867 te Wenen. Deze werd koel ontvangen en dat noopte Brahms tot enige herzieningen. Een paar maanden later, op Goede Vrijdag 1868, kwam het in de Dom van Bremen tot een uitvoering van de eerste vier en de laatste twee delen.
Daar maakte het werk een zo overweldigende indruk dat het snel elders werd uitgevoerd. Pas op 18 februari 1869 werd het in Leipzig voor het eerst in zijn geheel gespeeld, onder leiding van Carl Reinecke, die vanaf 1860 dirigent van het Gewandhausorchester was.
shaw_gb.jpg

Bij niet iedereen viel Brahms’ compositie even goed. De fervente Wagnerianen wezen hem en zijn werk per definitie af. De Franse schrijver Romain Rolland (1866-1944) –onder meer auteur van een befaamde Beethoven-biografie– vond Brahms een belachelijk-overschatte grootheid. De Iers-Engelse toneelschrijver George Bernard Shaw (1856-1950), die in zijn jonge jaren muziekcriticus in Londen was, beschouwde Brahms’ Requiem als een “reclameartikel voor een begrafenisonderneming”.

(De zeven Bijbelteksten die Brahms heeft gekozen, komen uit het Nieuwe Testament, de Psalmen, de profeet Jesaja en uit twee apocriefe Bijbelboeken: Wijsheid van Salomo, en Jezus Sirach. Om de Nederlandse tekst daar zo goed mogelijk bij te laten aansluiten, is gekozen voor de nieuwere vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap. Geen van de protestantse edities bevatten de apocriefen, maar de Willibrord-vertaling van de Katholieke Bijbelstichting heeft die wel opgenomen. Daaruit hebben we de teksten overgenomen, die Brahms van de Wijsheid van Salomo en van Jezus Sirach in zijn ‘Requiem’ heeft gebruikt.)
___________
Afbeeldingen

1. John Eliot Gardiner.
2. Johannes Brahms, met handtekening.
3. George Bernard Shaw, kritisch recensent.