maandag 14 juli 2008

Arnold Schönbergs Verklärte Nacht deze week driemaal door het Nederlands Strijkersgilde


Groningen, Den Haag, Utrecht
Het Nederlands Strijkersgilde onder leiding van Dick van Gasteren geeft op drie achtereenvolende dagen van het komende weekeinde drie concerten in Nederland met drie werken van drie componisten, die allen weliswaar reeds tijdens het fin de siècle hebben geleefd, maar die op uiteenlopende tijdstippen zijn geboren. Arnold Schönberg (1874-1951) was rond de vorige eeuwwisseling weliswaar al volop in beweging, maar was toen nog niet bekeerd tot de atonaliteit. Franz Schre(c)ker werd vier jaar later geboren en heeft geruime tijd de muziekscène in de Duitse cultuur nadrukkelijk beheerst. Hij overleed in 1934 en is decennialang een bijna geheel vergeten grootheid geweest. Toen een van diens studenten aan het eind van de jaren zestig in de vorige eeuw als gastdirigent bij het toenmalige Noordelijk Filharmonisch Orkest In Groningen optrad, zette hij de ouverture van Der Geburtstag der Infantin op het programma, een werk dat voor de oudste onder de concertbezoekers nog vaag in hun herinnering was blijven hangen. Sedert een paar decennia verschijnt het ene na het andere werk van deze lange tijd onderbelichte grootmeester op geluidsdragers en komt er meer en meer belangstelling voor hem en zijn oeuvre. Ook worden er weer op de internationale podia opera's van hem uitgevoerd.

Franz Schreker en Othmar Schoeck
Met Schrekers Scherzo voor strijkorkest daterend uit 1900 — opent het Nederlands Strijkersgilde het concert met drie werken uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Dan volgt een optreden van de Franse celliste Noëlle Weidmann met het Concert voor cello en strijkerorkest uit 1947 door de meest vooraanstaande, veelzijdige Duitstalige Zwitserse componist Othmar Schoeck (1886-1957), die in tal van disciplines een uitnemende reputatie heeft weten op te bouwen: met acht opera's — waarvan Penthesilea (1927), naar Heinrich von Kleist, nog steeds op het repertoire van operagezelschappen voorkomt —, vocaal-instrumentale werken, zoals het onnavolgbare meesterstuk Lebendig begraben voor bariton en orkest (met een heel kleine koorpartij in het laatste onderdeel) opus 40 uit 1926, op 15 gedichten van de Zwitserse schrijver Gottfried Keller (1819-1890), en tal van andere, niet alledaagse composities. Het celloconcert dat als tweede compositie van het concert door het ensemble zal worden gegeven, is door de componist geschreven voor Pierre Fournier.
Voor gedetailleerde informatie over deze beide door het Nederlands Strijkersgezelschap te spelen werken zij hier doorverwezen naar de website van het inmiddels 15 jaar bestaande ensemble. Alleen over het pièce de résistance zijn wij hieronder wat uitgebreider ingegaan.
NB: Zie tevens onze zustersite Cultuur in Groningen en omgeving.


Arnold Schönberg — Verklärte Nacht, opus 4 (1899), strijkorkestversie (1917)

Op de scheidslijn van twee eeuwen schreef Arnold Schönberg zijn Verklärte Nacht voor strijksextet. Hij deed daar in 1899 slechts drie weken over. De componist was toen 25 jaar oud en stond nog in sterke mate onder invloed van Richard Wagner, in het bijzonder van diens Tristan und Isolde. Alexander von Zemlinsky (1872-1942), Schönbergs schoonbroer — die er onder meer voor had gezorgd dat Schönbergs Strijkkwarter in D uit 1897 (dat overigens pas in 1966 zou worden gepubliceerd) tijdens een niet openbare muziekavond van de 'Wiener Tonkünstlerverein' werd uitgevoerd — trachtte tevens het sextet Verklärte Nacht gespeeld te krijgen, maar dat lukte hem niet. De jury wees het werk af, en één der leden was zelfs van mening dat het we leek alsof "er over de nog natte 'Tristan'-partituur was geveegd". Pas in 1903 zou het — uiteraard met twee strijkers versterkte — Rosé-Quartett dit opus toch nog, en tevens in het kader van een concert van diezelfde Weense Toonkunstenaarsvereniging, ten uitvoer brengen. Het publiek reageerde echter zeer geschokt.

Programmatisch
In zijn Jugenderinnerungen schrijft Zemlinksy dat bij zijn weten Schönbergs Verklärte Nacht het eerste stuk programmatische kamermuziek is. Weliswaar wordt soms aangenomen dat de strijkkwartetten van Bedřich Smetana (1824-1884) — en vooral het eerste, Aus meinem Leben uit 1879, waarvan ook Schönberg diep onder de indruk was, reeds als programmamuziek kunnen worden beschouwd, maar dat is — hoewel begrijpelijk — niet geheel juist, omdat in die kwartetten vrijwel uitsluitend een algemene stemming wordt weergegeven, en er in het geheel geen 'autobiografische details' aan de orde komen.
Helaas wordt de naam Schönberg maar al te dikwijls uitsluitend in verband gebracht met het fenomeen 'atonale muziek', maar in 1899 was in de compositorische ontwikkeling van Arnold Schönberg nog geen sprake van een atonale sfeer. Verklärte Nacht is zonder twijfel een tonaal stuk, dat voornamelijk in d-klein staat, maar via es-klein in een bezonken D-groot besluit.

Kleurschakeringen
Schönberg, die zelf als violist en als cellist had gewerkt, kende uit en te na de mogelijkheden van die instrumenten. De kleurschakeringen in Verklärte Nacht komen dan ook prachtig uit de verf, evenals de stemmingen, die van extatisch dwepend tot mild berustend variëren. Naast de onmiskenbare Wagner-invloeden wees de componist zelf reeds op constructies, die van Johannes Brahms' "Technik der entwickelnden Variation", — zoals Schönberg dat zelf noemde — afkomstig zouden zijn.
In 1917 maakte de componist zelf van dit opus een versie voor strijkorkest. Tegenwoordig wordt deze veel vaker uitgevoerd dan het oorspronkelijke sextet. De opbouw van Verklärte Nacht is vijfdelig, geheel in overeenstemming het gelijknamige gedicht, waarop Schönberg zijn opus heeft gebaseerd. In 1896 was de bundel Weib und Welt van Richard Dehmel verscheen, en daarin kwam Verklärte Nacht reeds voor.

Analytisch gebeuren
De inhoud van het gedicht komt in het kort hierop neer: Tijdens een nachtwandeling door een maanverlicht bos vertelt een vrouw aan haar geliefde dat zij zwanger is, maar niet van hem. De man troost haar met woorden vol begrip en vergiffenis. De kracht van de liefde doet zo het duister verdwijnen (verklären), en zij zetten hun wandeling voort in een heldere nacht (hohe, helle Nacht).
De briljante Amerikaanse muziekcriticus Virgil Thomson (1), heeft eens geschreven: "Het was niet voor niets dat Schönberg de eerste vijftig jaar doorbracht als stadgenoot en tijdgenoot van Dr. Sigmund Freud." Een andere criticus noemde het veelbetekenend dat Schönberg juist die stof (van Dehmel) heeft gekozen, waarin alle dieper liggende motieven naar boven komen, zoals hij eveneens het muzikale materiaal welhaast klinisch heeft benaderd.
In een later stadium, 1942, zou de choreograaf Anthony Tudor (2) een balletproductie realiseren op basis van Verklärte Nacht. Het kreeg als titel Pillar of Fire.

De dichter Richard Dehmel
Dat de dichter Richard Dehmel een shockerende werking op zijn tijdgenoten heeft gehad, blijkt alleen al uit een markante vaststelling van Richard Schaukal, die op de achterzijde van een Reclam-bundel met een representatieve keuze uit de gedichten van Dehmel werd geplaatst: "Dehmel ist ein Ereignis wie ein Meteorfall. Wir sind ihm noch lange nicht nahe." Diens, soms bevreemding wekkende, lyriek is echter niet alleen een proeve van een tijdsbeeld: de periode rond 1900, maar bood reeds toen een vooruitblik, die over de dichtkunst van het estheticisme van de eeuwwisseling, en over die van de Jugendstil heen, in een nog verdere toekomst wees.
Richard Dehmel (1860-1923) studeerde weliswaar natuurwetenschappen, maar hij maakte carrière als schrijver. In Berlijn maakte hij deel uit van de Tafelrunde des Schwarzen Fackels, met onder meer Otto Erich Hartleben (1864-1905), de gebroeders Hart: Heinrich (1855-1906) en Julius (1859-1930) en August Strindberg (1849-1912). Dehmel was mede-oprichter van Pan, een genootschap dat van 1895 tot 1900 heeft bestaan en een gelijknamig tijdschrift voor kunst en literatuur uitgaf.

Pathetiek
Enerzijds stond Dehmel onder invloed van het naturalisme met een sociaal-revolutionair pathos, anderzijds was hijeen volgeling van Nietzsche. Tijdens zijn leven werd hij door kenners beschouwd als één van de grootste Duitse dichters. In onze tijd ondervindt Richard Dehmel steeds minder waardering, doordat er onder onze, thans levende, generaties veel minder belangstelling bestaat voor literaire pathetiek.
Samen met zijn eerste echtgenote maakte Dehmel zich sterk voor het artistiek verantwoorde kinderboek. Hij schreef lyriek en drama's, en het versepos Zwei Menschen (1903), dat ook als roman in romances is gepresenteerd. Daarin fungeert het gedicht Verklärte Nacht als eerste 'handeling'. Dehmels verzameld werk verscheen in tien delen, en een keuze uit zijn talrijke brieven nog eens in twee banden. Zes jaar na zijn overlijden zijn ook nog zijn Erinnerungen verschenen. Van Richard Dehmels gedichten heeft Arnold Schönberg meerdere op muziek gezet. (3)

VERKLÄRTE NACHT

Zwei Menschen gehen durch kahlen, kalten Hain;
der Mond läuft mit, sie schaun hinein.
Der Mond läuft über hohe Eichen,
Kein Wölkchen trübt das Himmelslicht,
in das die schwarzen Zacken reichen.
Die Stimme eines Weibes spricht:

Ich trag ein Kind, und nicht von Dir,
ich geh in Sünde neben Dir.
Ich hab mich schwer an mir vergangen.
Ich glaube nicht mehr an ein Glück
und hatte doch ein schwer Verlangen
nach Lebensinhalt, anch Mutterglück
und Pflicht; da hab ich mich erfrecht:
da liess ich schaudernd mein Geschlecht
von einem fremden Mann umfangen,
und hab mich noch dafür gesegnet.
Nun hat das Leben sich gerächt:
und bin ich Dir, o Dir begegnet.

Sie geht mit ungelenktem Schritt.
Sie schaut empor, der Mond läuft mit.
Ihr dunkler Blick ertrinkt in Licht.
Die Stimme eines Mannes spricht:

Das Kind das du empfangen hast,
sei Deiner Seele keine Last,
O sieh, wie klar das Weltall schimmert!
Es ist ein Glanz um alles her,
Du treibst mit mir auf kaltem Meer;
doch eine eigne Wärme flimmert,
von Dir in mich, von mir in Dich.
Die wird das fremde Kind verklären,
Du wirst es mir, von mir gebären;
Du hast den Glanz in mich gebracht,
Du hast mich selbst zum Kind gemacht.

Er fasst sie um die starken Hüften.
Ihr Atem küsst sich in den Lüften.
Zwei Menschen gehn durch hohe helle Nacht.

Correspondentie
Richard Dehmel heeft in zijn correspondentie met vrienden, onder meer met de architect Peter Behrens (5) en met Harry Graf Kessler (6), zijn versepos Zwei Menschen meer dan eenmaal genoemd. In een brief van 1 augustus 1899 aan Harry Kessler gaat Dehmel in op een lange brief die hij van laatstgenoemde heeft ontvangen, en waarin uitgebreid sprake was van Zwei Menschen. Dehmel schrijft onder meer:
. . . Ich stelle die Innenwelt . . . gar nicht erst in Gegensatz zur körperlichen Außenwelt, denn sie sind gegensätzlich nur dem Anschein nach, fur unseren Verstand; in Wirklichkeit bilden sie eine unteilbare Welt. Als einen wahrhaftigen Gegensatz aber, d.h. als unabweisbaren Gefühlszwiespalt, nehmen wir immerfort unsre "persönliche Innenwelt" im Unterschied von dem Wesen der andern, ganzen Welt wahr, und diese Außenwelt ist es, von der mir die Einzelseele abhängig scheint.
Na wat literair-filosofische beschouwingen over dit thema besluit Dehmel zijn rief met:
. . . Im Grunde also stellt meine Dichtung die Fähigkeit des einzelnen Geschöpfes dar, ganz in de Schöpfung aufzugehen, kraft des Gefühls, das alle geschaffenen Dinge belebt. Die "Liebe", in welcher Beziehung auch immer, ist mir ein besonderer Fall dieses Weltglücks, d. h. des weigen Glechgewichtes zwischen allen Kräften und Stoffen, denn unter Umständen kann zwischen zwei Geschöpfen das Unbewußte so einheitstrieblich sein, daß sie einander auch im Bewußtsein zum Sinnbild des ganzen Weltzusammenhanges werden. Dann nehmen se sich bei der Hand und hören auf zu philosophieren — und grüßen herzlich jede Menschenseele, die damit einverstanden ist. . . .
Ihr




(1) Walt Whitmans gedicht stamt uit de beroemdste van al zijn bundels, Leaves of Grass (1855-1891/92) die ook in veel andere talen is ovegezet, al dan niet in een selectie.
(2) Virgil Thomson (1896-1989) geboren in Missouri, studeerde bij de wereldvermaarde Nadia Boulanger, vestigde zich in New York, als gezel van de componist Aaron Copland (1900-1990). Thomson daar niet alleen als componist, doch tevens als muziekcriticus werkzaam, met name voor de New York Herald Tribune, tussen 1940 en 1954. Zijn geestige manier van schrijven over muziek vond veel waardering. Een bundeling van zijn talrijke artikelen over muziek en 'bijpassende' cultuuruitingen uit 1939, The State of Music, is nog altijd even levendig als in die vervlogen tijd. De briljante essayist laat zich van zijn beste kant zien in twaalf bijdragen, die variëren van de vraag hoe het voelt om musicus te zijn, via de schaduw die door overleden dichters is achtergelaten, de vraag hoe componisten eten: 'Who does what to whom and who gets paid', en over intellectuele vrijheid: 'What can and what cannot be censored'.
(3) Anthony Tudor (1909-1987), geboren als William Cook, werd danser, dansleraar en choreograaf. Hij creëerde tal van balletten, van antieke thema's als bij voorbeeld Adam and Eve (1932), Lysistrata (1932), The tragedy of Romeo and Juliet (1943), en tientallen andere. In 1938 had hij het London Ballet gesticht, dat hij echter al snel verliet. Twee jaar daarna vertrok hij naar de Verenigde Staten en was hij betrokken bij de oprichting van het (latere American) Ballet Theater. Na een periode van afwezigheid werkte hij in latere jaren weer verder met deze balletgroep en creëerde hij tot 1987 nog weer nieuwe choreografieën.
(4) Het gaat hier om Schönbergs Vier Lieder, opus 2. Dat zijn compacte liederen met een transparante pianobegeleiding; daarin heeft de componist drie teksten uit de lyriek van Richard Dehmel gebruikt: Erwartung; Schenk mir deinen goldenen Kamm; en Waldsonne. Deze ederen werden gecomponeerd in hetzelfde jaar dat Schönberg Verklärte Nacht in de versie voor zes strijkers heeft geschreven: 1899. Toen is hij ook begonnen aan zijn opus 3, Sechs Lieder, dat in 1903 is gereedgekomen, en waarin opnieuw één gedicht van Dehmel voorkomt: Warnung, dat lichtelijk satirisch is getoonzet.
(5) Peter Behrens (1868-1940) was een experimentele Duitse architect, die in 1903 werd benoemd tot directeur van de school voor industriële kunst in Düsseldorf. Niet alleen volgde hij een opleiding tot beeldend kunstenaar en grafisch vormgever, een tijdje heeft hij daarmee in zijn levensonderhoud voorzien, alsmede met boekbinderswerk.
(6) Harry Graf Kessler (1868-1937) was in zijn vele hoedanigheden één der markantste figuren in het Duitsland van de kunsten. Hij was een groot kunstverzamelaar, museumdirecteur en mecenas, maar tevens diplomaat en publicist. Zijn dagboeken over de periode 1880-1937 zijn nog steeds niet compleet verschenen. Voor 2007 wordt weer een nieuw deel verwacht, het zevende. Andere geschriften, waaronder zijn Erinnerungen, zijn in drie banden uitgegeven.

____________
Afbeeldingen

1. Het Nederlands Strijkersgilde.
2. Dirigent Dick van Gasteren.
3. De componist Franz Schreker in 1911.
4. De Zwitserse componist Othmar Schoeck.
5. Arnold Schönberg, geschilderd door Richard Gerstl (1883-1908). (Historisches Museum der Stadt Wien.)
6. De Amerilkaanse componist en criticus Virgil Thomson, in 1947 gefotografeerd door Carl Van Vechten.
7. De choreograaf Anthony Tudor, hier in Gala Performance, in 1941 gefotografeerd door Carl Van Vechten.
8. Richard Dehmel, foto genomen rond 1900.
9. Richard Dehmel, portret door Peter Behrens, rond 1900.
10. Harry Graf Kessler, detail uit een schilderij van Edvard Munch.
12. Handtekening van de schrijver.
12. Peter Behrens door Max Liebermann.

Geen opmerkingen: